Antwoorden op vragen camping van de Gemeente
Thus > Praatsje > Antwoorden Gemee...
't Praatsje
Datum: 19 maart 2009

Antwoorden Gemeente Skarsterlân

De Gemeente Skarsterlan geeft antwoord op de vragen die gesteld betreffende de camping.

  1. Er wordt gevraagd of het college de toekomstvisie negeert waarin natuurwaarden en het open waardevolle landschap een belangrijke rol spelen. Dit gebied is de groene zoom tussen Heerenveen en Joure.
    Antwoord: Wij zijn van mening dat dit plan wel binnen de toekomstvisie past, zoals in het raadsvoorstel is verwoord.
  2. De bedreiging van de ecologische hoofdverbinding tussen Oosterschar, Nannewiid en De Deelen. Hoe ziet het college dat? De toenemende verkeersdruk in de al zwaarbelaste dorpen Oudehaske en Rottum. Hoe komt dit? Hoe is rekening met de omwonenden gehouden? En eventuele planschade? Hoe wordt de compensatie van natuurwaarden opgelost? En waar? En wie moet dat betalen?
    Antwoord: Al deze vragen hebben betrekking op de bestemmingsplanprocedure, waarin diverse onderzoeken noodzakelijk zijn. Wij zijn nog niet in die fase. Indien er onaanvaardbare bedreigingen ontstaan voor de Ecologische Hoofdstructuur zullen de plannen geen doorgang vinden.
  3. Ook de gevaarlijke Badweg, straks met twee fietsovergangen. Hoe ziet u dit voor u?
    Antwoord: Indien er gevaarlijke situaties op verkeersgebied ontstaan, zullen wij zonodig maatregelen treffen.
  4. De twee waardevolle Greveling boerderijen, hoe denkt het college hierover?
    Antwoord: In onze beleving blijven de Greveling boerderijen onaangetast.
  5. Ook de bezwaren in de omliggende dorpsvisies, Sint Johannesga, Rottum, Oudehaske.Wordt hier rekening mee gehouden?
    Antwoord: Wij komen in april met een stuk waarin is beschreven hoe van de zijde van de gemeente om wordt gegaan met dorpsvisies
  6. Hoeveel Fte's per hectare op jaarbasis levert dit plan op? En worden maximaal 25 FTE's in het rapport genoemd, is dat op volledige jaarbasis of op seizoenbasis?
    Antwoord: De FTE's zijn berekend op jaarbasis. De berekening is gemaakt op basis van de verwachte jaarlijkse inkomsten. Er is sprake van tien hectare, dus 2,5 FTE per hectare
  7. Waarom heeft het college niet een andere locatie met de familie Speelman besproken, bijvoorbeeld De Veenscheiding of Tjeukemeer, waar nog mogelijkheden zijn.
    Antwoord: Hierop heeft de portefeuillehouder als antwoord gegeven: Er staan een aantal afwegingen bij en vervolgens is niet gezegd dat de gemeente locaties aanwijst waar ondernemers wel of niet zouden kunnen ondernemen, dat is in het verleden wel eens gebeurd, want dat betekent dat je een locatie in gedachten hebt zonder ondernemer, en dat een ondernemer zelf een locatie in gedachten heeft, zonder dat de gemeente daar wat van vindt. Er is gezegd, die arbeidsplaatsen moeten het gevolg zijn van ondernemen. Ondernemers die met plannen komen, die plannen worden getoetst op de criteria die daar voor gelden, dan komt in het in eerste instantie bij het college en in de raadscommissie en als laatste in de raad, of we met elkaar zeggen dat we met het plan verder kunnen of niet. Hier voegen wij aan toe dat het ons bekend is dat de ondernemer meerdere locaties heeft onderzocht
  8. De geplande ruimte ligt dicht bij een natuurgebied, het gebied wordt nu als waardevol beschouwd, weliswaar is de beoogde locatie agrarisch grondgebied, dat is geen natuurgebied. Hoe kan de gemeente aan de ondernemer garanderen dat de plannen deze waardevolle kenmerken eerder zal versterken dan beperken? Hoe gaat het college er voor zorgen dat de kwaliteit van het gebied ook in de toekomst wordt gehandhaafd, daar wil vragensteller graag een antwoord op.
    Antwoord: Na een positieve grondhouding zal de ondernemer zijn plannen verder uitwerken. Bij het uitwerken van de plannen horen ook de ruimtelijke en stedenbouwkundige randvoorwaarden waaraan het plan moet voldoen. Dat laatste gebeurt in overleg met de gemeente.
  9. Er zijn verwachtingen gewekt ten aanzien van de dorpsvisies van Sint Johannesga en Rottum, is dat zo? Had het college hier zorgvuldiger mee om moeten gaan? In het stuk staat dat er mogelijk een verband bestaat tussen de plannen en uitkomsten in de dorpsvisie van Sint Johannesga. Hoe kan het college dit verantwoorden? Waren de enquêteurs er op het moment van vragen stellen van op de hoogte waar de plannen zich zouden situeren, daar wil vragensteller graag een antwoord op.
    Antwoord: Er is aangegeven dat er gewacht zou worden op de dorpsvisie Sintjohannesga, deze zou in december klaar zijn. Over Rottum is op de informatieavond voor omwonenden gezegd dat deze visie meegenomen zou worden indien deze visie bij de behandeling klaar zou zijn. De enquetes met betrekking tot de dorpsvisie Sintjohannesga zijn gehouden nadat de ondernemer zijn plannen aan de omwonenden heeft gepresenteerd.
  10. Als Sint Johannesga wel op de hoogte was van de mogelijke ontwikkelingen, was het dan niet verstandig geweest, dat de ontwikkelaars van de visie eens hadden geïnformeerd bij de plannenmakers? Is hier op aangedrongen door het college of door ambtenaren?
    Antwoord: Het bestuur van Dorpengemeenschap Sintjohannesga is voordat de visie tot stand is gekomen geïnformeerd over de plannen. Tijdens dit overleg hebben zij gevraagd om te wachten met de behandeling, totdat de dorpsvisie klaar zou zijn. Wij onderkennen het risico van de combinatie van het opstellen van een dorpsvisie in relatie tot concrete projecten welke ten tijde van het opstellen van de visie actueel zijn. Zowel voor- als tegenstanders kunnen trachten hun opvatting onderdeel van de visie te maken. Tegen deze achtergrond is niet aangedrongen op nader contact tussen de ondernemer en de opstellers van de visie.
  11. Hoe wordt een eventuele herinvulling van de benutte ruimte ingevuld, is er een milieueffect rapportage nodig?
    Antwoord: Er is een milieueffectrapportage noodzakelijk, dit valt binnen de procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan. Hoe de ruimte verder wordt ingevuld, dient de initiatiefnemer in overleg met de gemeente te doen.
  12. Ook is vragensteller benieuwd naar een reactie van het college op de opmerkingen van de heer Waterlander voor wat betreft de oostkant en een nieuwe weg richting Oudehaske.
    Antwoord: Ondanks dat wij de reactie van de heer Waterlander waarderen, zijn de genoemde locaties niet van toepassing. De ondernemer komt met een locatie en een plan, dat plan toetsen wij. Wij dragen geen locaties aan.
  13. Kan het Nannewiid als ondiep water de toeloop van activiteiten aan? Zijn de activiteiten daar ecologisch verantwoord?
    Antwoord: Deze vragen komen aan de orde tijdens een eventuele procedure om te komen tot een nieuw bestemmingsplan.
  14. Welke mogelijkheden zijn er om de camping landschappelijk goed in te passen? Er wordt gesproken over de aarden wal. Dat lijkt hem geen optie. Het karakter van het gebied moet zoveel mogelijk in stand blijven.
    Antwoord: De aarden wal is geen harde eis van de ondernemer. Hij heeft de aarden wal in de mond genomen op het moment dat de omwonenden aangaven bang te zijn voor constant zicht op caravans of de angst voor geluidsoverlast. Bij de toetsing is in ieder geval geen rekening gehouden met een plan dat wordt omringd door een aarden wal. Hoe het plan er uiteindelijk uit komt te zien, is ook afhankelijk van de overleggen tussen de gemeente en de ondernemer over de ruimtelijke inpassing.
  15. Hoe verhoudt het plan zich tot de ecologische hoofdstructuur? In welke mate is de duurzaamheid c.q. de milieuneutrale ontwikkeling van het plan af te dwingen bij de initiatiefnemer?
    Antwoord: Voor een deel ligt dit plan in de Ecologische Hoofdstructuur, de medewerking van de provincie is noodzakelijk. Bepaalde voorwaarden kunnen aan de vergunning gekoppeld worden. Duurzaamheid en de ontwikkeling van een plan, die zo weinig mogelijk negatieve effecten op de natuur hebben, hebben altijd onze aandacht.
  16. De kans is groot dat er polarisatie ontstaat tussen de voor- en tegenstanders. Dat lijkt geen goede zaak. Graag ziet vragensteller een communicatieplan tot stand komen, waarbij de omgeving de raad, het college en eventuele belanghebbenden kennis kunnen nemen van de ontwikkelingen van het plan. Het heeft het tot op heden erg aan ontbroken. Ziet de portefeuillehouder voor zichzelf daarin een rol?
    Antwoord: Stel dat er positief wordt geadviseerd door de raad, is het dan mogelijk om periodiek consultatiemomenten in te bouwen in het proces, zodat de raad en anderen betrokkenheid hebben en ook nog kunnen toetsen en beslissen hoe het verder gaat, om het moment van definitief voor of tegen te faseren, wat in de volgende fase genomen moet worden. Het is goed mogelijk om bij een eventuele vervolgprocedure momenten in te lassen waarbij de raad wordt geďnformeerd over de voortgang en de te zetten stappen. Dan moet er echter wel iets te melden zijn. Wij kunnen ons voorstellen dat we, mocht het tot een vervolg komen, uitkomsten van diverse onderzoeken tussentijds overleggen.
  17. De Visie Recreatie en Toerisme is ûnder geskikt oan de Takomst Visie, mar ek alle oare fisy's en plannen. B&W docht oer al dizze feiten frij lakonyk. It kolleezje is fan miening dat dit plan de kearnwaarden fan it gebiet fersterket. Graag útlis hoe it kolleezje dat sjocht.
    Antwoord: Voorop wordt gesteld dat het plan landschappelijk ingepast moet worden. Bij landschappelijke inpassing zal er gekeken worden naar het huidige landschap en op welke manier het plan daar zo goed mogelijk in past. Het plan richt zich op een open camping, met ruime plaatsen en veel water. De omgeving kenmerkt zich door natte veenwaternatuur, veenweidegbied en lintbebouwing. De locatie van het plan is op dit moment een open gebied. Door een plan te realiseren dat een overgang vormt vanaf de natteveenwaternatuur naar de lintbebouwing, wordt in onze ogen een kernwaarde versterkt. Er is sprake van een zachte overgang van water naar lintbebouwing, in plaats van een overgang die via een open weiland loopt. Het is wel de bedoeling dat het open (en waterrijke) karakter ook in de inrichting van het terrein terugkomt. Het is echter niet mogelijk om, wil dit plan kans van slagen hebben, een camping te creëren zonder wat voor vorm van bebouwing dan ook.
  18. Wat is de status invloed van dorpsvisies op het voorliggende plan? Het is geen van de criteria die in de visie Recreatie en Toerisme genoemd worden, er ontstaat wel een spanningsveld tussen de wens van de dorpsvisies kleinschalig en de hoogwaardige voorzieningen zoals die uit de visie Recreatie en Toerisme voortkomt, immers als je praat over seizoensverlenging, dan vraagt dat wel om een grootschalige voorziening. Welke toezeggingen zijn hierover gedaan aan Plaatselijk Belang?
    Antwoord: Naar verwachting zal de raad in april spreken over de wijze waarop de gemeente met dorpsvisie’s omgaat. Vooruitlopend op deze discussie kan worden gesteld dat de gemeente (uiteindelijk de gemeenteraad) een bredere afweging moet maken dan enkel de inhoud van dorpsvisies. Deze bredere afweging kan leiden tot het volgen van de dorpsvisie, maar kan ook leiden tot een ander oordeel. In het geval van de waterlandgoedcamping komt het college – alles overwegende – tot een ander oordeel dan het gestelde in de dorpsvisie. Er zijn geen toezeggingen gedaan aan platselijk belang anders dan dat de dorpsvisie zal worden betrokken bij de besluitvorming. Dat is ook gebeurd.
  19. Wat is de status van de notitie Verkennend Locatie onderzoek.
    Antwoord: Het verkennend locatieonderzoek heeft geen formele status. Naar aanleiding van het vorige verzoek van de heer Speelman, dat zich richtte op de noordkant van het Nannewiid, is er intern bekeken welke mogelijke locaties aan de (ruim genomen) zuidoostkant van de gemeente wel kansrijk zouden zijn.
  20. Er wordt gevraagd waarom het niet direct een kwaliteitscamping een Eurocamping wordt, of moet de camping in de toekomst eerst worden uitgebreid, volgens de vragensteller kan het direct een Eurotopcamping zijn. Wat beangstigd is dat de camping waarschijnlijk ook nog wordt uitgebreid.
    Of een camping een Eurotopcamping wordt, heeft niets met eventuele uitbreidingen te maken. Een camping kan een Eurotopcamping worden, als hij een aantal basisvoorzieningen heeft en de camping vrij is van zwaarwegende klachten of negatieve recensies van ANWB leden. Uit de gastenenquêtes moet blijken dat de kampeerders tevreden zijn. De camping heeft een 'Eurotopuitstraling'

Bron: College antwoorden vragen Waterlandgoedcamping.

Gemeente Skarsterlân, 19 maart 2009

Wist u dat...

De Scharweg een tunnel heeft?

De Scharweg heeft een slangentunnel, zodat slangen de weg kunnen oversteken.

bron:
Slangetunnel by Sint J?nsgea

Fotoseries