Alle berichten van Sintjut

De eenzame grafsteen

In het weilandje voor het bedrijf Akkerman Mechanisatie aan Streek 36 te Sintjohannesga staat een eenzame grafsteen. Het kerkhof, waar deze grafsteen een onderdeel van was, is verdwenen.

Grafsteen aan Streek 36 te Sintjohannesga.
Een zerk, met daarop de naam van een jonge gestorven vrouw, is het enige restant van het kerkhof bij Akkerman Mechanisatie te Sintjohannesga.

Hier rust Aaltje C. Smit, geb. 22 juli 1842, overl. 3 maart 1867. Echtgenoote van Reinder J. Krikke.

Aaltje is jong gestorven, er wordt gezegd dat zij bij de bevalling is overleden. Er woonde familie van de overledene tegenover de steen die ervoor zorgden dat de zerk zo nu en dan een onderhoudsbeurt kreeg. Familieleden van ander personen die op deze plek begraven zijn, troffen echter niets meer aan.

Op de plek waren vroeger zeven- tot achthonderd mensen begraven. Omdat het een armoedige tijd was, kregen de meeste een houten kruis. Die kruizen zijn allemaal door verrotting verdwenen.

Toen de kerk in Sintjohannesga door brand getroffen werd, gingen alle archieven verloren. Daardoor verdwenen ook nog eens alle gegevens over de begraafplaats. Bij graafwerkzaamheden voor de bouw van de showroom van Akkerman werden later nog wel schedels en ijzeren handvatten van grafkisten gevonden.

Rond de begraafplaats was een slootje en de toegang was een poort waardoor de lijkwagen op de begraafplaats kon komen. De begraafplaats werd hier aangelegd omdat de begraafplaats achter de kerk vol was en de grond nog niet geschikt was voor uitbreiding. Een boer heeft deze grond geschonken aan de kerk.

Op de grond ligt nog steeds een bepaling dat er niet gebouwd of geëgaliseerd mag worden. Bij de grafzerk is door de Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga een bankje geplaatst en een bordje met uitleg.

Bron: Leeuwarder Courant van 7 oktober 1992.

Grafsteen aan Streek 36 te Sintjohannega.

Oude Beene en de meester

Sintjohannesga had vroeger een klokluider, Oude Beene. Hij moest ’s morgens 9 uur de torenklok luiden. Hij woonde ongeveer een km van de toren verwijderd, hij was slecht ter been en bekend als een praatgrage.

Als het tegen negenen liep, vroeg zijn huishoudster steevast aan de baas: “Beene, wolle jo earst klokliede of earst kofjedrinke”. Meestal had hij liefst eerst koffie en dan vertrok hij om de klok te luiden.

Herhaaldelijk gebeurde het, dat hij onderweg kennissen trof, die hem aan de praat hielden met het gevolg, dat de oude man dan helemaal niet meer aan zijn plicht dacht en de klok liet. Soms ook was hij een hele poos te laat; de tijd moest maar op Beene wachten!

Later werd een schoolmeester met deze taak belast. De school stond ongeveer 150 m van de klok af. Meester stuurde een paar jongens naar de kerk om te luiden.

Deze knapen maakte graag capriolen met het klokkentouw of trachtten op andere wijze grappen in de kerk uit te halen. Daardoor liep meester een standje op van de kerkvoogden en hij moest beloven voortaan zelf te zullen luiden. Het was algemeen bekend, dat hij ook niet nauwkeurig aan de tijd hield!

Harmke, de bollendraagster, vroeg eens aan meester, die nooit uit de plooi raakte, “Is it nou al njogen ûre, master?” Zij kreeg ten antwoord: “Bij mij is het negen uur!”

Bron: Leeuwarder Courant van 9 maart 1972.

Historische foto van Streek 108 te Sintjohannesga.
Derde kerk van Sintjohannesga.

Logeren in de natuur 1943-1944

Tweede jeugdherinnering van Benno Pen uit Joure. In dit verhaal vertelt hij over de periode toen hij ongeveer zes jaar oud was, in de oorlogsjaren 1943/1944.

Vierhuis

Ik ben in 1937 geboren en moest in 1943/1944 naar school. Mijn vader was uitvoerder in de Noordoostpolder en ging met veel mensen om die uit de steden waren gevlucht als onderduiker en te werk werden gesteld als grond-arbeider in greppels en sloten aldaar. Wij hadden diverse families met kinderen uit Amsterdam en Rotterdam in huis als onderduikers, maar mijn vader nam steeds meer mensen mee uit de NOP om aan te streken, dus ook slapen bij ons in huis aan de Nieuweweg 21 te Spanga.

Het werd precair bij ons in huis, omdat ik in een leeftijd zat van praten en dat was gevaarlijk, omdat er bij ons in de buurt mensen woonden die bij de NSB waren aangesloten. dus werd er besloten door mijn vader en moeder om mij naar mijn Grootmoe en Grootvader in “Vierhuis” te doen laten logeren. Dit duurde langer dan bedoeld was en ik bleef daar meer dan anderhalf jaar, zodat ik in Rotsterhaule op de Openbare school Langedijk heb gezeten.

Grootva en Grootmoe (Fam. L. van der Wal) woonden bij de sluis in Vierhuis, je kon er alleen komen met een bootje. Tegenover het water stond een boerderij van Meerding met een meisje (Annie Meerding) van mijn leeftijd.

Het was voor kleine Benno een mooie tijd, je leefde daar geheel in de natuur. Grootva had een koe, 2 schapen en 6 kippen, die waarschijnlijk aan de leg waren, want elke morgen kregen wij bij het brood een vers ei. Achter hun woonark, dat op de wal was getrokken, lag een groentetuin waar genoeg in stond om de oorlog mee door te komen. En daar achter een stukje land met een windmolen en daar achter een grote woestenij met petgaten en ribben waar de turf vroeger op had gelegen om te drogen en waar nu gras op stond voor de koe.

Grootva en Grootmoe hadden één jongen in huis met de naam Ferdinand, een nakomertje, die 3 jaar ouder was dan ik, en daar heb ik een pracht tijd mee gehad, al mistte ik Vader en Moeder in die tijd wel. Na school gingen wij in het Schar achter huis om te vissen, te eierzoeken en dergelijke.

Naast ons woonark waren twee eilandjes met kleine oude huisjes, waar een oude man, Arend Poepjes, alleen woonde en op het andere eilandje: een broer van Grootvader (IJse van de Wal). Er liep naast IJse van der Wal een grote vaart naar achteren en daar lag in de oorlog een heel groot schip, waar geen mens op woonde. Wat er in dit schip verborgen zat, weet ik niet, maar achter in de petgaten lagen kliene motorbootjes met riet en ruigte afgedekt, zodat de Duitsers het niet konden zien.

Zondag’s gingen wij met de zeilboot naar het Apostolisch Gebouwtje dat naast boerderij Krikke stond aan de Polle, wat een hele belevenis was. Vooral wanneer de wind mee was, waren we snel weer thuis en kregen wij warme melk. Met Grootva gingen wij ook wel te vissen naar de Tjeukemeer, waar wij ook gingen zwemmen.

Het heeft een grote indruk achter gelaten en daarom schrijf ik over de regio, waar ik later heb gewerkt in het Schar en het allerbelangrijkste: waar ik mijn vrouw heb gevonden.

Historische foto van de Westerse School op de Langedijk te Rotsterhaule.
Op de kruising Kampweg/Langedijk en Streek te Rotsterhaule stond vroeger de Westerse School (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de drie huisjes op twee eilandjes bij Vierhuis te Rohel.
Aan de overkant van de vaart stonden drie huisjes op twee eilandjes en lag een woonboot. De eilandjes lagen op een hoek waar drie waterwegen bij elkaar kwamen in de buurtschap Vierhuis (Rohel). (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de Apostolische Genootschap kerkje aan de Polle te Rotsterhaule.
Het Apostolische Genootschap vestigde zich in 1933 in het gebouwtje aan de Polle te Rotsterhaule. (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Naar de bollen

In eerdere verhalen vertelde Benno Pen over zijn tijd dat hij werkte in ’t Skar, waar hij Piete Queen ontmoette en hoe hij tijdens de oorlog heeft gelogeerd bij zijn grootouders in Vierhuis. In deze jeugdherinnering vertelt hij over een reisje naar de Keukenhof bij Lisse.

De Keukenhof

Nederland staat bekend door zijn bloembollenvelden en Keukenhof, waar zelfs buitenlanders elk jaar grote afstanden voor afleggen om dit te aanschouwen.

Op een avond in 1955 trof ik mijn kameraad Toni, die een verrassing had voor mij, omdat hij één persoon extra mocht meenemen bij het bedrijf dat hij werkte.

We gingen met een busje vol medewerkers van “Van Dijk’s Roggebrood” uit Sintjohannesga een dag naar de bloembollen “De Keukenhof” in Noord-Holland.

Het zou een gezellige dag worden en bij de broodfabriek stapten wij allen in de VW-bus waarna wij werden uitgezwaaid door achterblijvers.

Een van de eigenaren van Van Dijk zat achter het stuur en gingen richting Sint Nicolaasga, omdat daar nog een Van Dijk woonde die ook mee ging.

Op de Afsluitdijk zat de stemming er al in met bakken vertellen en zingen, dat wij nog lange niet naar huis gingen, doch bij de sluizen vlak bij Enkhuizen kwam de auto te dicht bij een stoeprand en werden wij bijna uit de bus geslingerd.

Het busje kwam na veel slingeren weer op zijn vier wielen te staan en wij stonden met z’n allen te trillen op onze benen, daar gelukkig nog niets aan markeerde.

Toen wij bij het parkeerterrein van de Keukenhof uitstapten, werd ons op het hart gedrukt, dat wij Hielke Koeze goed in de gaten moesten houden tussen de menigte.

Deze man stak boven iedereen uit met zijn lengte van ruim twee meter en wij konden daardoor de gehele dag onbekommerd genieten van bloemen en dergelijke, doordat hij in de verte goed zichtbaar voor ons allen was.

Ondanks het kleine slippertje werd het toch een gezellige dag met alle medewerkers van Van Dijk Roggebrood, die na het gebeurde van meer dan vijftig jaar nog steeds hetzelfde roggebrood maakt.

Friese dagen bij de Keukenhof rond 1955.
In 1955 werd de Keukenhof opgefleurd met de Friese Dagen, waar het publiek kon genieten van Ringrijderij, Friese paarden en Fries volksdansen. (foto: Stichting Archief Leeuwarder Courant).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Ontruiming Ambonezenkamp De Wite Peal

Naar aanleiding van een bericht uit de Leeuwarder Courant wordt een situatieschets beschreven hoe op 23 november 1960 het Ambonezenkamp De Wite Peal te Rotsterhaule werd ontruimd.

Ambonezenkamp “De wite peal” wordt ontruimd

Deel bewoners wil in Rotsterhaule blijven en niet naar “Ynbenheer”, Fochteloo gaan

In het Ambonezenwoonoord “De wite peal” onder Rotsterhaule heerste gisteren een nerveuze en wat geladen stemming. Maandag was bericht ontvangen, dat de bewoners alles in gereedheid moesten brengen, opdat zij vanmorgen zouden kunnen verhuizen naar het woonoord “Ynbenheer” te Fochteloo. Die verplaatsing hing al geruime tijd in de lucht, maar het bericht kwam toch onverwacht voor de ruim zestig personen omvattende kampgemeenschap (negen gezinnen en enkele alleenstaanden).

Een deel van de bewoners had voornamelijk bezwaar tegen de korte termijn, waarop de aanzegging had plaatsgevonden, al zagen zij anderszins tegen de verhuizing op, omdat zij zo langzamerhand goed zijn ingeburgerd op dit stuk Haskerlands grondgebied. Overwegende bezwaren tegen de verhuizing op zichzelf hadden ze evenwel niet. Dit betrof dan in hoofdzaak de oudere bewoners, die in de omgeving geen werk hadden gevonden.

De jongere gezinshoofden, die werk hebben in bedrijven in Joure en Heerenveen hadden bezwaren tegen de verhuizing, omdat zij in Fochteloo heel vroeg op zullen moeten, wanneer zij hun oude werkkring aanhouden. Dat betekent dan niet alleen vroeg op, maar ook laat thuis in verband met de afstand, die moet worden afgelegd. Kampoudste J. Likumahua zei daarom: “Wij blijven hier, al zullen we onder de blote hemel moeten slapen”.

Deze stemming had in het woonoord weerklank gevonden, zodat gisteren slechts één gezin was, dat zijn hebben en houden inpakte. Dat was dat van de oudste bewoner, de 71-jarige Sarhalawan, die er overigens ook wel tegenop zag.

De bewoners van “De wite peal” hebben zich niet alleen gehecht aan hun kamp, maar ook aan de streek, waar zij op goede voet staan met de bevolking. Verschillende Ambonezenkinderen lopen al met een Friese naam rond, omdat de ouders een goede kennis uit de buurt hebben vernoemd. Soms is zo’n kennis een middenstander, die de van zo verre gekomen buurtbewoners niet anders behandelt dan de in de streek gewortelden. Dit houdt ook in, dat hij wel eens borgt. Dat vertrouwen wordt op prijs gesteld, vooral ook omdat er uit blijkt, dat het niet tot teleurstellende ervaringen heeft geleid. Om die band zien de bewoners, die genegen zijn naar “Fochteloo” te gaan wel wat tegen de verhuizing op.

Zij vragen zich af, wat zij daar zullen vinden, al weten ze wel, dat het woonoord “Ynbeheer” beter is dan “De wite peal”. Dit barakkenkamp is in de ruim twintig jaar van zijn bestaan zo langzamerhand flink uitgewoond, al zijn er dan ook steeds voorzieningen getroffen. Het is zijn droeve geschiedenis begonnen als onderkomen voor werklozen, die waren tewerkgesteld voor het in cultuur brengen van de drooggelegde Rohelster plas. In de bezetting werden door de nazies Joodse medeburgers in het kamp opgesloten, dat na de oorlog verschillende bestemmingen – meestal voor zorggevallen – heeft gehad, totdat het ongeveer tien jaar geleden werd ingericht voor de Ambonezenkamp.

De inspecteur van de Ambonezenwoonoorden, mr. Van der Laan in Groningen deelde ons desgevraagd mee, dat het kamp “De wite peal” en dode was opgeschreven. Het verkeert in bouwvallige toestand en voldoet niet meer aan de eisen. Het zou zeer oneconomisch zijn, dit kamp weer op te knappen. Het ligt afgelegen en de verbindingen zijn slecht. Bovendien gaat het naar een concentratie van kampen, welke tenslotte moeten uitlopen op een onderbrenging van de gezinnen in normale woonwijken. De overplaatsing geschiedt ook in overeenstemming met de PPRMS, de Ambonezen-raad, waartoe het kamp “De wite peal” behoort. Wat de afstand naar het werk betreft, inwoners van het kamp Fochteloo hebben hun werk ook in Heerenveen.

Vanmorgen om acht uur werd begonnen met het inladen van het huisraad van twee gezinnen. Anderen zullen vrijwillig dat voorbeeld volgen, maar een deel der bewoners is tot nu toe vast beraden om vrijwillig in het kamp te blijven.

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 23 november 1960.

Rotsterhaule-Kampweg-x-2-o

Verkoop barakken

Dat de resterende bewoners toch kort daarna het kamp hebben verlaten blijkt uit een bericht op 26 januari 1961 in de Leeuwarder Courant verschijnt:

Verkoop barakken, enz., met ondergrond te Rotsterhaule (Fr).

De inspecteur der domeinen te Leeuwarden, Noordersingel 100 (tel. 05100-25660), zal op woensdag 8 februari 1961, ’s morgens 10 uur, bij inschrijving verkopen:

  1. voor afbraak enkele woon- en slaapbarakken, kantinebarak, bergplaatsen, loopplanken, tegels, enz.;
  2. het terrein waarop deze barakken, enz. staan, met een stenen gebouw beplantingen, enz.;
  3. het terrein met barakken, enz., onder 1e en 2e genoemd, in massa (dus niet voor afbraak);

alles tezamen vormende het voorn. Ambonezen-woonoord “Wite Peal” te Rotsterhaule (gem. Haskerland, Fr.). Bezichtiging is mogelijk op werkdagen van 9-12 en 2-5 uur en ’s zaterdags van 9-12 uur, onder leiding van de kampbeheerder.

Voll. omschrijving en voorwaarden zijn bij de bezichtiging verkrijgbaar of worden op aanvrage door de Ins. voorgenoemd toegezonden.

Opgeld 10%

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 26 januari 1961.

Vonnis: 3 dagen cel voor stelen appels

In de Leeuwarder Courant van 21 oktober 1884 heeft de Rechtbank van Heerenveen de volgende straf gelegd op een aantal personen uit Sintjohannesga en Rotsterhaule voor de diefstal van appels uit de tuin van de parochie te Sintjohannesga: 3 dagen gevangenisstraf.

3 dagen gevangenisstraf voor stelen van appels
3 dagen gevangenisstraf voor stelen van appels.

Rohel: Broeresloot

Historische foto van Rohel: Broeresloot.1857 – 1899: Aan de Broeresloot stond de prachtige molen Veldzicht. Bouwjaar 1857. In 1899 werd de molen getroffen door onweer en werd de molenroede flink beschadigd. Na de komst van het gemaal bij Vierhuis werd de molen in 1935 gesloopt.

Historische foto van Rohel: Broeresloot.2009: Tijdens de wandeling richting de plek waar ongeveer de molen stond, moest ik de weg banen door een lading distels en brandnetels. De molen bestaat zelf niet meer.

Rottum: Badweg 48

Historische foto van Rottum: Badweg.1948 – 1960: Dit is de woning van Jan Kuidersma. Jan verrichtte als kleine zelfstandige loon(maai)werk bij de boeren in de omgeving. Met een heel licht tractortje maaide hij o.a. de korte strippen land in het Schar. Jan Kuidersma kocht in 1948 op Jouster merke een oude tramwagon, die aan de Badweg verder werd uitgebouwd achter het huis van Piet Boscha. Jan Kuidersma was een bijzondere persoonlijkheid, die zijn eigen kleren maakte, breide zijn eigen sokken, was autodidact in het orgelspelen en maakte spreuken.

Historische foto van Rottum: Badweg.2009: In de tuin bij de woning op de Badweg 48 stond vroeger het huisje van Jan Kuindersma.

Rottum: Badweg 47

Historische foto van Rottum: Badweg.1930 – 1950: Naast de brug was de smederij van Koendert Bosma (1900-1964) en Jeltje Wiersma (1892-1968). Hij was hoef- en grofsmid. Er stond hier ook een soort noodstal, Travaille genoemd. In de noodstal werden paarden vastgezet die men zeer moeilijk in bedwang kon houden. De smid had ook fietsen in de handel en verkocht verschillende soorten brandstof. V.l.n.r. voor de pomp smidsknecht Lutzen Fabriek, smidsknecht Hendrik de Jong (1916-1973), Jeltje Bosma-Wiersma, onbekend, twee kinderen en Koendert Bosma.

Historische foto van Rottum: Badweg.2009