Categoriearchief: Historie

Wat is er in het verleden gebeurd in onze dorpengemeenschap? waarom bestaan de dorpen Sintjohannesga, Rotsterhaule en Rohel? Heeft ooit iemand iets over het dorpengemeenschap geschreven?

De eenzame grafsteen

In het weilandje voor het bedrijf Akkerman Mechanisatie aan Streek 36 te Sintjohannesga staat een eenzame grafsteen. Het kerkhof, waar deze grafsteen een onderdeel van was, is verdwenen.

Grafsteen aan Streek 36 te Sintjohannesga.
Een zerk, met daarop de naam van een jonge gestorven vrouw, is het enige restant van het kerkhof bij Akkerman Mechanisatie te Sintjohannesga.

Hier rust Aaltje C. Smit, geb. 22 juli 1842, overl. 3 maart 1867. Echtgenoote van Reinder J. Krikke.

Aaltje is jong gestorven, er wordt gezegd dat zij bij de bevalling is overleden. Er woonde familie van de overledene tegenover de steen die ervoor zorgden dat de zerk zo nu en dan een onderhoudsbeurt kreeg. Familieleden van ander personen die op deze plek begraven zijn, troffen echter niets meer aan.

Op de plek waren vroeger zeven- tot achthonderd mensen begraven. Omdat het een armoedige tijd was, kregen de meeste een houten kruis. Die kruizen zijn allemaal door verrotting verdwenen.

Toen de kerk in Sintjohannesga door brand getroffen werd, gingen alle archieven verloren. Daardoor verdwenen ook nog eens alle gegevens over de begraafplaats. Bij graafwerkzaamheden voor de bouw van de showroom van Akkerman werden later nog wel schedels en ijzeren handvatten van grafkisten gevonden.

Rond de begraafplaats was een slootje en de toegang was een poort waardoor de lijkwagen op de begraafplaats kon komen. De begraafplaats werd hier aangelegd omdat de begraafplaats achter de kerk vol was en de grond nog niet geschikt was voor uitbreiding. Een boer heeft deze grond geschonken aan de kerk.

Op de grond ligt nog steeds een bepaling dat er niet gebouwd of geëgaliseerd mag worden. Bij de grafzerk is door de Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga een bankje geplaatst en een bordje met uitleg.

Bron: Leeuwarder Courant van 7 oktober 1992.

Grafsteen aan Streek 36 te Sintjohannega.

Oude Beene en de meester

Sintjohannesga had vroeger een klokluider, Oude Beene. Hij moest ’s morgens 9 uur de torenklok luiden. Hij woonde ongeveer een km van de toren verwijderd, hij was slecht ter been en bekend als een praatgrage.

Als het tegen negenen liep, vroeg zijn huishoudster steevast aan de baas: “Beene, wolle jo earst klokliede of earst kofjedrinke”. Meestal had hij liefst eerst koffie en dan vertrok hij om de klok te luiden.

Herhaaldelijk gebeurde het, dat hij onderweg kennissen trof, die hem aan de praat hielden met het gevolg, dat de oude man dan helemaal niet meer aan zijn plicht dacht en de klok liet. Soms ook was hij een hele poos te laat; de tijd moest maar op Beene wachten!

Later werd een schoolmeester met deze taak belast. De school stond ongeveer 150 m van de klok af. Meester stuurde een paar jongens naar de kerk om te luiden.

Deze knapen maakte graag capriolen met het klokkentouw of trachtten op andere wijze grappen in de kerk uit te halen. Daardoor liep meester een standje op van de kerkvoogden en hij moest beloven voortaan zelf te zullen luiden. Het was algemeen bekend, dat hij ook niet nauwkeurig aan de tijd hield!

Harmke, de bollendraagster, vroeg eens aan meester, die nooit uit de plooi raakte, “Is it nou al njogen ûre, master?” Zij kreeg ten antwoord: “Bij mij is het negen uur!”

Bron: Leeuwarder Courant van 9 maart 1972.

Historische foto van Streek 108 te Sintjohannesga.
Derde kerk van Sintjohannesga.

Logeren in de natuur 1943-1944

Tweede jeugdherinnering van Benno Pen uit Joure. In dit verhaal vertelt hij over de periode toen hij ongeveer zes jaar oud was, in de oorlogsjaren 1943/1944.

Vierhuis

Ik ben in 1937 geboren en moest in 1943/1944 naar school. Mijn vader was uitvoerder in de Noordoostpolder en ging met veel mensen om die uit de steden waren gevlucht als onderduiker en te werk werden gesteld als grond-arbeider in greppels en sloten aldaar. Wij hadden diverse families met kinderen uit Amsterdam en Rotterdam in huis als onderduikers, maar mijn vader nam steeds meer mensen mee uit de NOP om aan te streken, dus ook slapen bij ons in huis aan de Nieuweweg 21 te Spanga.

Het werd precair bij ons in huis, omdat ik in een leeftijd zat van praten en dat was gevaarlijk, omdat er bij ons in de buurt mensen woonden die bij de NSB waren aangesloten. dus werd er besloten door mijn vader en moeder om mij naar mijn Grootmoe en Grootvader in “Vierhuis” te doen laten logeren. Dit duurde langer dan bedoeld was en ik bleef daar meer dan anderhalf jaar, zodat ik in Rotsterhaule op de Openbare school Langedijk heb gezeten.

Grootva en Grootmoe (Fam. L. van der Wal) woonden bij de sluis in Vierhuis, je kon er alleen komen met een bootje. Tegenover het water stond een boerderij van Meerding met een meisje (Annie Meerding) van mijn leeftijd.

Het was voor kleine Benno een mooie tijd, je leefde daar geheel in de natuur. Grootva had een koe, 2 schapen en 6 kippen, die waarschijnlijk aan de leg waren, want elke morgen kregen wij bij het brood een vers ei. Achter hun woonark, dat op de wal was getrokken, lag een groentetuin waar genoeg in stond om de oorlog mee door te komen. En daar achter een stukje land met een windmolen en daar achter een grote woestenij met petgaten en ribben waar de turf vroeger op had gelegen om te drogen en waar nu gras op stond voor de koe.

Grootva en Grootmoe hadden één jongen in huis met de naam Ferdinand, een nakomertje, die 3 jaar ouder was dan ik, en daar heb ik een pracht tijd mee gehad, al mistte ik Vader en Moeder in die tijd wel. Na school gingen wij in het Schar achter huis om te vissen, te eierzoeken en dergelijke.

Naast ons woonark waren twee eilandjes met kleine oude huisjes, waar een oude man, Arend Poepjes, alleen woonde en op het andere eilandje: een broer van Grootvader (IJse van de Wal). Er liep naast IJse van der Wal een grote vaart naar achteren en daar lag in de oorlog een heel groot schip, waar geen mens op woonde. Wat er in dit schip verborgen zat, weet ik niet, maar achter in de petgaten lagen kliene motorbootjes met riet en ruigte afgedekt, zodat de Duitsers het niet konden zien.

Zondag’s gingen wij met de zeilboot naar het Apostolisch Gebouwtje dat naast boerderij Krikke stond aan de Polle, wat een hele belevenis was. Vooral wanneer de wind mee was, waren we snel weer thuis en kregen wij warme melk. Met Grootva gingen wij ook wel te vissen naar de Tjeukemeer, waar wij ook gingen zwemmen.

Het heeft een grote indruk achter gelaten en daarom schrijf ik over de regio, waar ik later heb gewerkt in het Schar en het allerbelangrijkste: waar ik mijn vrouw heb gevonden.

Historische foto van de Westerse School op de Langedijk te Rotsterhaule.
Op de kruising Kampweg/Langedijk en Streek te Rotsterhaule stond vroeger de Westerse School (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de drie huisjes op twee eilandjes bij Vierhuis te Rohel.
Aan de overkant van de vaart stonden drie huisjes op twee eilandjes en lag een woonboot. De eilandjes lagen op een hoek waar drie waterwegen bij elkaar kwamen in de buurtschap Vierhuis (Rohel). (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de Apostolische Genootschap kerkje aan de Polle te Rotsterhaule.
Het Apostolische Genootschap vestigde zich in 1933 in het gebouwtje aan de Polle te Rotsterhaule. (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Naar de bollen

In eerdere verhalen vertelde Benno Pen over zijn tijd dat hij werkte in ’t Skar, waar hij Piete Queen ontmoette en hoe hij tijdens de oorlog heeft gelogeerd bij zijn grootouders in Vierhuis. In deze jeugdherinnering vertelt hij over een reisje naar de Keukenhof bij Lisse.

De Keukenhof

Nederland staat bekend door zijn bloembollenvelden en Keukenhof, waar zelfs buitenlanders elk jaar grote afstanden voor afleggen om dit te aanschouwen.

Op een avond in 1955 trof ik mijn kameraad Toni, die een verrassing had voor mij, omdat hij één persoon extra mocht meenemen bij het bedrijf dat hij werkte.

We gingen met een busje vol medewerkers van “Van Dijk’s Roggebrood” uit Sintjohannesga een dag naar de bloembollen “De Keukenhof” in Noord-Holland.

Het zou een gezellige dag worden en bij de broodfabriek stapten wij allen in de VW-bus waarna wij werden uitgezwaaid door achterblijvers.

Een van de eigenaren van Van Dijk zat achter het stuur en gingen richting Sint Nicolaasga, omdat daar nog een Van Dijk woonde die ook mee ging.

Op de Afsluitdijk zat de stemming er al in met bakken vertellen en zingen, dat wij nog lange niet naar huis gingen, doch bij de sluizen vlak bij Enkhuizen kwam de auto te dicht bij een stoeprand en werden wij bijna uit de bus geslingerd.

Het busje kwam na veel slingeren weer op zijn vier wielen te staan en wij stonden met z’n allen te trillen op onze benen, daar gelukkig nog niets aan markeerde.

Toen wij bij het parkeerterrein van de Keukenhof uitstapten, werd ons op het hart gedrukt, dat wij Hielke Koeze goed in de gaten moesten houden tussen de menigte.

Deze man stak boven iedereen uit met zijn lengte van ruim twee meter en wij konden daardoor de gehele dag onbekommerd genieten van bloemen en dergelijke, doordat hij in de verte goed zichtbaar voor ons allen was.

Ondanks het kleine slippertje werd het toch een gezellige dag met alle medewerkers van Van Dijk Roggebrood, die na het gebeurde van meer dan vijftig jaar nog steeds hetzelfde roggebrood maakt.

Friese dagen bij de Keukenhof rond 1955.
In 1955 werd de Keukenhof opgefleurd met de Friese Dagen, waar het publiek kon genieten van Ringrijderij, Friese paarden en Fries volksdansen. (foto: Stichting Archief Leeuwarder Courant).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Ontruiming Ambonezenkamp De Wite Peal

Naar aanleiding van een bericht uit de Leeuwarder Courant wordt een situatieschets beschreven hoe op 23 november 1960 het Ambonezenkamp De Wite Peal te Rotsterhaule werd ontruimd.

Ambonezenkamp “De wite peal” wordt ontruimd

Deel bewoners wil in Rotsterhaule blijven en niet naar “Ynbenheer”, Fochteloo gaan

In het Ambonezenwoonoord “De wite peal” onder Rotsterhaule heerste gisteren een nerveuze en wat geladen stemming. Maandag was bericht ontvangen, dat de bewoners alles in gereedheid moesten brengen, opdat zij vanmorgen zouden kunnen verhuizen naar het woonoord “Ynbenheer” te Fochteloo. Die verplaatsing hing al geruime tijd in de lucht, maar het bericht kwam toch onverwacht voor de ruim zestig personen omvattende kampgemeenschap (negen gezinnen en enkele alleenstaanden).

Een deel van de bewoners had voornamelijk bezwaar tegen de korte termijn, waarop de aanzegging had plaatsgevonden, al zagen zij anderszins tegen de verhuizing op, omdat zij zo langzamerhand goed zijn ingeburgerd op dit stuk Haskerlands grondgebied. Overwegende bezwaren tegen de verhuizing op zichzelf hadden ze evenwel niet. Dit betrof dan in hoofdzaak de oudere bewoners, die in de omgeving geen werk hadden gevonden.

De jongere gezinshoofden, die werk hebben in bedrijven in Joure en Heerenveen hadden bezwaren tegen de verhuizing, omdat zij in Fochteloo heel vroeg op zullen moeten, wanneer zij hun oude werkkring aanhouden. Dat betekent dan niet alleen vroeg op, maar ook laat thuis in verband met de afstand, die moet worden afgelegd. Kampoudste J. Likumahua zei daarom: “Wij blijven hier, al zullen we onder de blote hemel moeten slapen”.

Deze stemming had in het woonoord weerklank gevonden, zodat gisteren slechts één gezin was, dat zijn hebben en houden inpakte. Dat was dat van de oudste bewoner, de 71-jarige Sarhalawan, die er overigens ook wel tegenop zag.

De bewoners van “De wite peal” hebben zich niet alleen gehecht aan hun kamp, maar ook aan de streek, waar zij op goede voet staan met de bevolking. Verschillende Ambonezenkinderen lopen al met een Friese naam rond, omdat de ouders een goede kennis uit de buurt hebben vernoemd. Soms is zo’n kennis een middenstander, die de van zo verre gekomen buurtbewoners niet anders behandelt dan de in de streek gewortelden. Dit houdt ook in, dat hij wel eens borgt. Dat vertrouwen wordt op prijs gesteld, vooral ook omdat er uit blijkt, dat het niet tot teleurstellende ervaringen heeft geleid. Om die band zien de bewoners, die genegen zijn naar “Fochteloo” te gaan wel wat tegen de verhuizing op.

Zij vragen zich af, wat zij daar zullen vinden, al weten ze wel, dat het woonoord “Ynbeheer” beter is dan “De wite peal”. Dit barakkenkamp is in de ruim twintig jaar van zijn bestaan zo langzamerhand flink uitgewoond, al zijn er dan ook steeds voorzieningen getroffen. Het is zijn droeve geschiedenis begonnen als onderkomen voor werklozen, die waren tewerkgesteld voor het in cultuur brengen van de drooggelegde Rohelster plas. In de bezetting werden door de nazies Joodse medeburgers in het kamp opgesloten, dat na de oorlog verschillende bestemmingen – meestal voor zorggevallen – heeft gehad, totdat het ongeveer tien jaar geleden werd ingericht voor de Ambonezenkamp.

De inspecteur van de Ambonezenwoonoorden, mr. Van der Laan in Groningen deelde ons desgevraagd mee, dat het kamp “De wite peal” en dode was opgeschreven. Het verkeert in bouwvallige toestand en voldoet niet meer aan de eisen. Het zou zeer oneconomisch zijn, dit kamp weer op te knappen. Het ligt afgelegen en de verbindingen zijn slecht. Bovendien gaat het naar een concentratie van kampen, welke tenslotte moeten uitlopen op een onderbrenging van de gezinnen in normale woonwijken. De overplaatsing geschiedt ook in overeenstemming met de PPRMS, de Ambonezen-raad, waartoe het kamp “De wite peal” behoort. Wat de afstand naar het werk betreft, inwoners van het kamp Fochteloo hebben hun werk ook in Heerenveen.

Vanmorgen om acht uur werd begonnen met het inladen van het huisraad van twee gezinnen. Anderen zullen vrijwillig dat voorbeeld volgen, maar een deel der bewoners is tot nu toe vast beraden om vrijwillig in het kamp te blijven.

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 23 november 1960.

Rotsterhaule-Kampweg-x-2-o

Verkoop barakken

Dat de resterende bewoners toch kort daarna het kamp hebben verlaten blijkt uit een bericht op 26 januari 1961 in de Leeuwarder Courant verschijnt:

Verkoop barakken, enz., met ondergrond te Rotsterhaule (Fr).

De inspecteur der domeinen te Leeuwarden, Noordersingel 100 (tel. 05100-25660), zal op woensdag 8 februari 1961, ’s morgens 10 uur, bij inschrijving verkopen:

  1. voor afbraak enkele woon- en slaapbarakken, kantinebarak, bergplaatsen, loopplanken, tegels, enz.;
  2. het terrein waarop deze barakken, enz. staan, met een stenen gebouw beplantingen, enz.;
  3. het terrein met barakken, enz., onder 1e en 2e genoemd, in massa (dus niet voor afbraak);

alles tezamen vormende het voorn. Ambonezen-woonoord “Wite Peal” te Rotsterhaule (gem. Haskerland, Fr.). Bezichtiging is mogelijk op werkdagen van 9-12 en 2-5 uur en ’s zaterdags van 9-12 uur, onder leiding van de kampbeheerder.

Voll. omschrijving en voorwaarden zijn bij de bezichtiging verkrijgbaar of worden op aanvrage door de Ins. voorgenoemd toegezonden.

Opgeld 10%

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 26 januari 1961.

Sporthelden van Sintjut

Uit de archieven van de Leeuwarder Courant blijkt dat er in onze dorpengemeenschap Sintjohannesga, Rotsterhaule en Rohel een aantal sporthelden hebben gewoond/wonen.

Wim de Koning

Wim de Koning is op 22 januari 2010 gehuldigd als de Sportman van het jaar 2009 van de gemeente Skarsterlân. In 2009 heeft Wim de titel Nederlands Kampioen gekregen met het mennen/paardensport Klasse Z.

Thijs Maat

De paarden van Thijs Maat hebben vele prijzen in de wacht gesleept tijdens diverse Concours Hippiques in de periode 1951 tot en met 1961. Met het paard Eke heeft Thijs Maat zelfs de titel Nederlands Kampioen meerdere malen in de wacht gesleept.

Bijzondere prijzen die Thijs Maat heeft mogen ontvangen zijn de Zilveren Roomstel (Nationaal Concours Hippique Leeuwarden in 1959) en de Gouden Zweep in Joure (1959). Zowel de bijrijders D. v/d Laan (overleden tijdens de Concours Hippique in Koudum in 1959) als dhr. W.K. van der Wal hebben vele prijzen gewonnen.

Dubbelspan Thijs Maat.
Dubbelspan met de paarden Eke en Stynke van Thijs Maat. Op de Sjees zitten mevrouw Maat en de bijrijder W.K. van der Wal.

Franke Sloothaak

Franke Sloothaak is misschien wel de beste springruiter die de wereld gekend heeft. Hij is geboren en getogen in Rotsterhaule, maar is sinds 1979 officieel Duits en heeft daarmee het Nederlands staatsburgerschap opgezegd. Reden was dat hij met de Duitse landenteam mee kon doen met de Olympische Spelen.

Franke heeft een grote verzameling aan prijzen gewonnen, waaronder Wereldkampioenschap en een gouden plak bij de Olympische Spelen in 1988 bij de landenteams, waar hij voor Duitsland speelde. Hij is in 2004 aangewezen als kandidaat voor de bondscoach van de Nederlands Equipe, maar is het uiteindelijk niet geworden.

De Indoor Friesland en Franke zijn altijd verbonden geweest, Franke heeft daar vele prijzen in de wacht gesleept.

Franke Sloothaak op paard
Foto uit het Stichting Digitaal Archief Leeuwarder Courant: Franke Sloothaak komt met zijn paard Miss San Patrignano triomfantelijk over de finish lijn (1994).

Sjoerd Koopman

In de periode 1970 tot heden heeft Sjoerd Koopman diverse prijzen gewonnen met dammen.

Prijzen in de onderlinge bij de verschillende damclubs, prijzen op diverse toernooien(waarvan enkele in de Ereklasse) en prijzen en individuele kampioenschappen.

Beste prestaties zijn derde bij jeugdkampioenschap Friesland (Jannes vd Wal eerste), derde bij Fries Kampioenschap senioren. Tweemaal tweede bij Fries Kampioenschap sneldammen. Geplaatst in 2003 voor de halve finale Kampioenschap Nederland. Diverse malen geplaatst voor Nederlands Kampioenschap Sneldammen.

Gepke Koopman

Als dochter van Sjoerd Koopman doet Gepke het ook niet slecht op het sportgebied. Niet alleen is ze heel goed in dammen maar ook heeft ze het ver geschopt als judoka:

  • 5e in Kampioenschap Dammen Dames en dan in het Friese Spel. Diverse prijzen op damtoernooien Hollands Spel.
  • Fries Kampioen Judo, Districhtskampioen Judo (noordelijke provincies), diverse malen deelnemer aan Nederlandse Judokampioenschappen. Vele prijzen behaald met judo op diverse toernooien, inclusief internationale toernooien.

Eddy Eefting

Dat wij in het dorpengemeenschap iets hebben met paarden, bewijst ook Eddy Eefting. Hij heeft in diverse Concours Hippiques de eerste plek gehaald in de periode 1989 tot 1994.

Ruiter Eddy Eefting
Foto uit het Stichting Digitaal Archief Leeuwarder Courant: Eddy Eefting met Discovery op weg naar de overwinning in Cornwerd bij het springen klassiek voor de klasse ZZ (1994).

 

Femmy Akkerman

Op de formule 1 circuit in Castelet in zuid Frankrijk (1990) heeft Femmy Akkerman op tienjarige leeftijd de Wereldtitel voor crossfietsen in de wacht gesleept. In 1988 kwam zij al hoog in de Europese en Nederlandse klassementen en het jaar daarna won ze beide titels.

Crossfietster Femmy Akkerman
Femmy Akkerman in vol ornaat op de crossfiets met de wereldbeker.

Peter Bijker

Ook op het gebied van schermen hebben wij een wereldkampioen: Peter Bijker. Peter heeft in 1989 de titel Noordelijk en Fries Kampioen bij de senioren gehaald. Tijdens de internationale schermtoernooi van 2004 in Arhem heeft hij de eerste plaats behaald.

Schermer Peter Bijker
In Cagny (Parijs) heeft Peter de tweede plek gehaald in de categorie 40+.

Klasina Steinstra

Klasina Seinstra heeft in de periode 1991 tot 2006 nogal veel stof doen opwaaien. Zij heeft op natuurijs diverse kampioenschappen gewonnen en is op het gebied van marathonschaatsen met recht de beste sportvrouw geweest. Klasina heeft titels als Nederlands Kampioen Marathonschaatsen in de wacht gesleept.

Op 4 januari 1997 was zij de snelste vrouw bij de Friese Elfstedentocht. zij is daarvoor op woensdag 6 januari 1997 in Sintjohannesga groots gehuldigd. Behalve deze prestatie heeft zij vele alternatieve Elfstedentochten gereden en meestal gewonnen.

Dankzij Klasina wordt bij de volgende Elfstedentocht een apart klassement voor vrouwen gezorgd. Klasina heeft ook model gestaan voor een kledinglijn, zij was bij de inhuldiging van het unisex beeld in Oude Leije ter ere van de vrouw in de Elfstedentocht.

Elfstedentocht vrouw Klasina Seinstra.
Foto uit het Stichting Digitaal Archief Leeuwarder Courant: Klasina Seinstra komt als eerste vrouw binnen bij de Friese Elfstedentocht van 1997.

Marianne Vlasveld

Waar de meeste sporters zich specialiseren voor een bepaalde tak van sport, was Marianne Vlasveld goed in sporten als lopen, langlaufen en mountainbiken oftewel triatlon. Marianne heeft diverse malen meegedaan aan EK en WK Berglopen, WK Langlauf en Open Fries Kampioenschap Mountainbike.

Uiteraard heeft ze titels als Europees Kampioen en Wereld Kampioen Wintertriatlon in de wacht gesleept. Zij was actief in de periode 1996 tot 2006.

Ondanks dat Marianne Vlasveld officieel niet in Rohel woonde, zij was ingeschreven bij haar moeder in Noord Holland, heft ze toch in 1994 de Friese Sportprijs ontvangen.

Wintertriatlon Marianne Vlasveld
Foto uit het Stichting Digitaal Archief Leeuwarder Courant: Marianne Vlasveld op weg naar haar eerste wereldtitel Wintertriatlon in 2002.

Bea van der Mei

Bea van der Mei heeft als hardloopster diverse loop-wedstrijden gewonnen, waaronder Rotstergaastloop, Mildammerloop, Lus van Akkrum en de Eenhoornloop in Menaldum.

Marco Stoelwinder

Wanneer je als derde eindigt als Sterkste Man van Friesland en de titel Nederlands Kampioen Vrachtwagentrekken beneden de 100 kilo in de wacht sleept, hoor je ook bij de sporthelden van onze dorpengemeenschap. In 2008 werd Marco nog kampioen skûtsjetrekken.

Overige sporthelden

Andere sporters die hoog in de ranglijst staan/hebben gestaan zijn:

  • Moniek Klijstra (Nederlands Kampioen Junior schaatsen)
  • Jan ten Hoeve (Eerste bij Olympia Cup Belterwiede 0-Jol)
  • Gebrig van der Velde (Polstokspringen)
  • Harm Pen (Solexrace)
  • Matthijs Ykema (Zilver bij NK Shorttrack schaatsen)
  • Jovenca de Wit (Dressuur)
  • Jan Agema (Nederlands Kampioen Junioren 500cc grasbaanraces)

Behalve sporters, heeft onze dorpengemeenschap ook scheidsrechters geleverd:

  • Minne Modderman (Voetbal: vice voorzitter FVB, lid bestuur District Noord van de KNVB en gastheer SC Heerenveen)
  • Piet Bakker (IJshockey)

Burgemeester A. Meinesz

Krantenartikel uit de Leeuwarder Courant van 27 augustus 1876.
Wanneer men tegenwoordig de dorpen…

De heer A. Meinesz heeft als burgemeester van de gemeente Schoterland en als voorzitter van het Polderbestuur Grooten Sintjohannesgaster Veenpolder in Schoterland en Haskerland heel veel voor onze dorpengemeenschap mogen betekenen. Middels een krantenartikel uit de Leeuwarder Courant wordt uitgelegd wat hij bereikt heeft.

Wat de heer A. Meinesz voor Sintjohannesga, Rotsterhaule en Rohel heeft gedaan, is het beste te lezen in de onderstaande krantenartikel van 27 augustus 1876 in de Leeuwarder Courant:

OOSTELLINGWERF, 25 augustus. Wanneer men tegenwoordig de dorpen St. Johannesga en Rotsterhaule bezoekt, dan staat men verbaasd over de verandering, die daar in de laatste jaren plaats heeft gehad.

Vroeger zag men aan weerszijden van den weg niets anders dan water, waarvan de golven dikwijls over dien weg met elkander kennis maakten, terwijl menig armoedig huisje bij hoog water tot aan den drempel door het natte element werd bedreigd.

Nu zijn die zoogenaamde “trekgaten” (uitgeveende plaatsen) voor goed verdwenen en in heerlijk bouw- of weiland herschapen. Dáár, waar vroeger de schepen zeilden en de visschers hunne netten spanden, ziet men nu vee grazen.

Groote uitgestrektheden water, waar vroeger de golven vrij spel hadden,zijn nu ingepolderd en productief gemaakt. Een aantal boerderijen zijn in dien polder verrezen en leveren van af den kunstweg een verassend gezigt op, dat van energie en welvaart getuigt.

Aan beide zijden van den kunstweg zijn nette boeren- en burgerwoningen verrezen, die niet weinig tot verfraaijing van het dorp bijdragen. Vooral de nieuwe kerk, de pastorie en het logement maken bijzonder effect.

In het kort, de dorpen St. Johannesga en Rotsterhaule hebben door de toepassing van het reglement op de lage verveeningen eene herschepping ondergaan, die éclatant mag genoemd worden.

Lof en dank aan den heer A. Meinesz, aan wien men vooral deze belangrijke verbetering heeft te danken en die met de leden van het polderbestuur geene moeite heeft ontzien, om groote uitgestrektheden vruchtbaren grond aan het water te ontwoekeren. De geheele aanleg getuigt van een goed oordeel en helder inzigt.

De beide zoo armoedige dorpen hebben inderdaad een schoone toekomst. het pauperisme, dat vroeger zo welig wortel schoot, is nu reeds aanzienlijk verminderd.

 

Krantenartikele uit de Leeuwarder Courant van 29 augustus 1876.
De Sint Johannesga’stervaart zal voor de Scheepvaart GESLOTEN zijn van af Donderdag den 24 augustus tot nadere bekendmaking, en zulke wegens het uitdiepen van die vaart.

Kortom

De heer A. Meinesz heeft als burgemeester van de gemeente Schoterland en als voorzitter van het Polderbestuur Grooten Sintjohannesgaster Veenpolder in Schoteland en Haskerland het volgende voor onze dorpengemeenschap gedaan:

  • De droogmaking van het land tussen de Streek (Sintjohannesga en Rotsterhaule) en de Hogedijk.
  • De droogmaking an het Onlân, tussen de Streek en Ouwsterhaule.
  • De poldermolen de Hersteller.
  • Het brengen van welvaart in onze dorpengemeenschap.
  • Het verbeteren van de infrastructuur.
  • De droogmaking onder Rottum en Oude- en Nijehaske.
Familie Kerkstra na de oorlog

Oorlogsherinnering van Sjouke Kerkstra

Oorlogsherinneringen blijven je altijd bij, ook al was je toen nog maar een kind. Toen de oorlog uitbrak woonde Sjouke Kerkstra in Rohel en bezocht de openbare lagere school in Rotsterhaule. De laatste oorlogsjaren fietste hij naar de openbare U.L.O. in Joure en heeft hij tijdelijk les gehad in villa Jamja, tot ook dit niet meer ging. Uit respect voor de moed van zijn ouders heeft hij een aantal oorlogsherinneringen opgetekend.

Situatieschets

Halverwege de jaren ’30 waren ze komen te wonen aan de Kerkweg 13 in Rohel, op een oud boerderijtje, temidden van een uitgerekte natuur. Hier hield vader Pieter Kerkstra een tiental melkkoeien. In de nabijheid lag het Tjeukemeer, maar het Rohelster Wide was al in de werkverschaffing drooggelegd en de grond werd eerst als landbouwgrond benut. Het was eigendom van Domeinen en er werden twee nieuwe ontginningsplaatsen gebouwd. Het barakkenkamp “De Wite Peal”, bedoeld voor arbeiders kreeg echter een nare herbestemming, toen de bezetter er joden interneerde (20 augustus 1942 tot het voorjaar van 1944).

Verder was de omgeving vanwege de uitgestrekte, natte natuur en geïsoleerde ligging geschikt voor verzetsactiviteiten. Er vonden wapendroppingen plaats en natuurlijk spreekt het drama op het Tjeukemeer, met Lodewijk van Hamel in 1940, erg tot de verbeelding. Tevens zaten her en der onderduikers. Sjouke herinnert zich ook overkomende vliegtuigen, Engelse beschietingen van boten op het Tjeukemeer en zich dat soms Duitse soldaten en hun handlangers op de polderdijk rond het, wanneer ze illegale activiteiten vermoedden.

Historische foto van Kerkweg 13 te Rohel
Het boerderijtje Kerkweg 13 rond 1920, dus voordat de familie Kerkstra hier woonde. Het zag er wel net zo uit. Achter in het voorhuis zat de ene schuilplaats, in de stal zat de tweede speciaal voor groter gevaar. (foto overgenomen uit het boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van werkgroep Historie Sintjohannesga e.o.).

Verhaal van dhr. Sjouke Kerkstra

Ons gezin, vader Pieter Kerkstra en moeder Aaltje Puite telde vier kinderen: Ype, Hiltje, Albert en Sjouke, waarvan Ype (geboren in 1926) is overleden. We woonden aan de Kerkweg van 1935 tot 1946. De oorlog was voor ons gezin een spannende tijd, want mijn ouders gaven onderdak aan joodse landgenoten. We woonden op een rustig plekje, de laatste oude boerderij aan de Kerkweg, bereikbaar via een doodlopende sintelweg, enige jaren daarvoor nog een zandweg. Voor ons gezin betekende het een groot risico, toen ze in het najaar van 1943 een joods echtpaar een overlevingskans boden. Wij kinderen waren toen 17, 16, 15 en 12 jaar oud.

Dit echtpaar, oom Gé en tante Fie, zoals wij hen noemden, maar ze heten in het echt Van Zuiden, dreven voordien een kledingszaak “Magazijn De Zon”, in Hoogeveen aan de Hoogeveense Vaart. Via de ondergrondse, ondermeer door Freerk Bouma, destijds groenteboer in St. Johannesga, werden ze op een nacht bij ons afgeleverd.

Het bleef niet bij deze onderduikers, want na enkele maanden meldde zich nog een derde jood, Michiel van Zuiden (schuilnaam Hans Lupkens) die zeer actief in het verzet was. Hans, een neef van het Hoogeveense echtpaar, trouwde na de oorlog met Trijntje Akkerman uit Rohel, stond bekend als een brutale slimmerik in het verzet en was vaak bij ons over de vloer. Het plaatselijke verzet werkte toen samen in een perfecte organisatie, met namen als meester Hulzinga, Jan de Goede, Broer Akkerman enzovoort.

De joodse onderduikers kwamen alleen ’s avonds achter de boerderij even buiten om te luchten. Vanwege de veiligheid waren alleen onze naaste buren, de familie Thijs Maat, hiervan op de hoogte gesteld. Een tweede, tevens de laatste die hier lucht van kreeg, was oom Jelle Koopmans (een zwager). Hij was veehandelaar, die destijds het overtollige vee voor mijn vader verhandelde.

Bij dreigend gevaar was er voor het joodse echtpaar een schuilplaats, een kamertje voor de kelder, waar ze onder normale omstandigheden in een bedstede sliepen. Vanuit de woonkamer aan de wg moest men altijd via de keuken terug naar die schuilplaats, met andere woorden: het was altijd uitkijken geblazen voor plotseling bezoek. Ondanks het feit, dat men vrij constant de weg nauwlettend bewaakte, is Jelle Koopmans ons ontglipt.

Terug door de keuken kon niet meer, de enige kans was nog de bedstede in, maar de tijd was net te kort en tante Fie haar benen bungelden nog net uit de bedstede, toen oom de kamer binnen stapte. Een groot compliment aan de veehandelaar is op z’n plaats, want zelfs z’n vrouw is hiervan onwetend gebleven.

Dit bestaan betekende voor onze ouders een grote opoffering van hun vrijheid en ze hebben een angstige maar ook dankbare tijd beleefd. Het is gelukkig goed afgelopen. Enkele weken voor de bevrijding werd nog de plaatselijke politieman en verzetsman Jan de Goede door de Duitsers opgepakt en opgesloten in Crackstate te Heerenveen. Een en ander had nare gevolgen voor ons allemaal kunnen hebben.

We zijn toen enkele dagen ondergedoken geweest bij de familie W. Bijker in Rotsterhaule. Alleen het nodige werk, zoals het melken en de melkrit voor enkele boeren naar “de Pôlle” werd verricht door mijn broer Albert. Vond er thuis iets plaats, wat niet werd vertrouwd en kregen wij hierover signalen van de ondergrondse, dan verbleven en sliepen het echtpaar Van Zuiden in de stal, onder een uitgebouwde bedstede in de schuur. Ik heb er nog wel met mijn broer boven geslapen, terwijl zij, niet zo comfortabel, in een klein hokje onder ons verborgen waren.

Oom Gé en tante Fie zijn tot en met het einde van de oorlog in mei 1945 gebleven. Ze hielden zo mogelijk iedere dag de terreinwinst van de geallieerden bij, op een grote landkaart en kleurden de frontlijn in. Oom Gé hield zich graag bezig met het dagelijkse boterkarnen, met behulp van een fles. In de kamer hadden we een fiets op de kop staan. Zo konden we al draaiend en trappend, elektrisch licht in de stal maken bij het melken.

Familie Kerkstra na de oorlog
Familie Kerkstra na de oorlog: Staand v.l.n.r. oudste zoon Ype, Pieter Kerkstra, Aaltje Kerkstra-Puite, jongeste zoon Sjouke, dochter Hiltje en onderduiker Michiel van Zuiden (alias Hans Lupkens). De dame met het oorijzer is grootmoeder Puite. Middelste zoon Albert ontbreekt op de foto, omdat hij elders werkzaam was. Bijverdiensten waren nodig omdat de eigen te klein was. (bron: fam. Kerkstra).

In mei keerde het echtpaar naar de winkel in Hoogeveen terug, maar hebben die niet lang meer voorgezet. Ze hadden twee zonen, één had in Rotsterhaule ondergedoken gezeten en emigreerde na de oorlog naar Israél. De andere zoon heeft de oorlog helaas niet overleefd, net als bijna de gehele familie Van Zuiden.

Het echtpaar Van Zuiden zijn inmiddels al overleden en Michiel van Zuiden, is overleden op 81 jarige leeftijd in 1997 in z’n woonplaats Enschede. Hij ligt begraven in Rottum. Trijntje Akkerman leeft nog en is inmiddels 96 jaar. Na de oorlog zijn nog diverse contacten over en weer geeest, bezoekjes en logeerpartijen. In Israël werd een boom geplant uit waardering voor het gezin Pieter en Aaltje Kerkstra.

Kerkweg 13 Rohel
De boerderij aan de Kerkweg 13 te Rohel, zoals het in 2009 uit zag.

 

Boek 30 jaar Skarsterlan

30 jaar Skarsterlân 1984 – 2014

Boek 30 jaar Skarsterlan
Samengesteld door Freark Marten Ringnalda, Bert Kuiper en Jan Lammertsen.

Het boek “30 jaar Skarsterlân 1984 – 2014” werd als afscheidscadeau gegeven aan elk gezin/inwoner van de gemeente Skarsterlân, voordat de gemeente werd gefuseerd met de gemeente Gaasterlân/Sleat en de gemeente Lemmer tot de gemeente De Friese Meren.

Als we op 31 december 2013 met oliebollen en drankjes met enige weemoed afscheid nemen van het oude jaar, nemen we bovendien afscheid van de gemeente Skarsterlân. Ook met enige weemoed. De gemeente en de naam verdwijnen. In de afgelopen dertig jaar is de naam Skarsterlân  ons zeer vertrouwd geworden. Dat is die dynamische gemeente waar het bruist van activiteiten! Dat wordt verleden tijd. In 2014 is dat geschiedenis geworden….

Skarsterlân is voorbij…. voorgoed voorbij!

Boek Haskerlan

Haskerlân

Boek Haskerlan
In tal bydragen ta de skiednis

Friestalig boek over de geschiedenis van Haskerlân.

Haskerlân is ien fan de gemeenten dy’t by de gemeentlike weryndieling fan 1983 fan de kaart rekke is. Sûnt dy tiid foarmet it grûngebiet fan it ek al eardere Doanjewerstal en in part fan de âlde gemeente Utingeradiel, de nije gemeente Skarsterlân.

De gritenij Haskerlân of Haskerfiifgea ûntstie y de 15de ieu as in gearwurkingsferbân tusken de fiif tsjerkedoarpen Aldehaske, Haskerhoarne, Nijehaske, Westermar en Sniksweach. Justjes letter waarden ek De Jouwer en Haskerdiken as doarpen meirekkene. Yn 1934, doe’t de gemeente Hearrenfean ta stân kaam, waard Haskerlân útwreide mei it westlik part fan Skoatterlân: Rotsterhaule, St. Jansgea, Reahel, Rotstergaast en Dolsterhuzen.