Tagarchief: Benno Pen

Logeren in de natuur 1943-1944

Tweede jeugdherinnering van Benno Pen uit Joure. In dit verhaal vertelt hij over de periode toen hij ongeveer zes jaar oud was, in de oorlogsjaren 1943/1944.

Vierhuis

Ik ben in 1937 geboren en moest in 1943/1944 naar school. Mijn vader was uitvoerder in de Noordoostpolder en ging met veel mensen om die uit de steden waren gevlucht als onderduiker en te werk werden gesteld als grond-arbeider in greppels en sloten aldaar. Wij hadden diverse families met kinderen uit Amsterdam en Rotterdam in huis als onderduikers, maar mijn vader nam steeds meer mensen mee uit de NOP om aan te streken, dus ook slapen bij ons in huis aan de Nieuweweg 21 te Spanga.

Het werd precair bij ons in huis, omdat ik in een leeftijd zat van praten en dat was gevaarlijk, omdat er bij ons in de buurt mensen woonden die bij de NSB waren aangesloten. dus werd er besloten door mijn vader en moeder om mij naar mijn Grootmoe en Grootvader in “Vierhuis” te doen laten logeren. Dit duurde langer dan bedoeld was en ik bleef daar meer dan anderhalf jaar, zodat ik in Rotsterhaule op de Openbare school Langedijk heb gezeten.

Grootva en Grootmoe (Fam. L. van der Wal) woonden bij de sluis in Vierhuis, je kon er alleen komen met een bootje. Tegenover het water stond een boerderij van Meerding met een meisje (Annie Meerding) van mijn leeftijd.

Het was voor kleine Benno een mooie tijd, je leefde daar geheel in de natuur. Grootva had een koe, 2 schapen en 6 kippen, die waarschijnlijk aan de leg waren, want elke morgen kregen wij bij het brood een vers ei. Achter hun woonark, dat op de wal was getrokken, lag een groentetuin waar genoeg in stond om de oorlog mee door te komen. En daar achter een stukje land met een windmolen en daar achter een grote woestenij met petgaten en ribben waar de turf vroeger op had gelegen om te drogen en waar nu gras op stond voor de koe.

Grootva en Grootmoe hadden één jongen in huis met de naam Ferdinand, een nakomertje, die 3 jaar ouder was dan ik, en daar heb ik een pracht tijd mee gehad, al mistte ik Vader en Moeder in die tijd wel. Na school gingen wij in het Schar achter huis om te vissen, te eierzoeken en dergelijke.

Naast ons woonark waren twee eilandjes met kleine oude huisjes, waar een oude man, Arend Poepjes, alleen woonde en op het andere eilandje: een broer van Grootvader (IJse van de Wal). Er liep naast IJse van der Wal een grote vaart naar achteren en daar lag in de oorlog een heel groot schip, waar geen mens op woonde. Wat er in dit schip verborgen zat, weet ik niet, maar achter in de petgaten lagen kliene motorbootjes met riet en ruigte afgedekt, zodat de Duitsers het niet konden zien.

Zondag’s gingen wij met de zeilboot naar het Apostolisch Gebouwtje dat naast boerderij Krikke stond aan de Polle, wat een hele belevenis was. Vooral wanneer de wind mee was, waren we snel weer thuis en kregen wij warme melk. Met Grootva gingen wij ook wel te vissen naar de Tjeukemeer, waar wij ook gingen zwemmen.

Het heeft een grote indruk achter gelaten en daarom schrijf ik over de regio, waar ik later heb gewerkt in het Schar en het allerbelangrijkste: waar ik mijn vrouw heb gevonden.

Historische foto van de Westerse School op de Langedijk te Rotsterhaule.
Op de kruising Kampweg/Langedijk en Streek te Rotsterhaule stond vroeger de Westerse School (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de drie huisjes op twee eilandjes bij Vierhuis te Rohel.
Aan de overkant van de vaart stonden drie huisjes op twee eilandjes en lag een woonboot. De eilandjes lagen op een hoek waar drie waterwegen bij elkaar kwamen in de buurtschap Vierhuis (Rohel). (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de Apostolische Genootschap kerkje aan de Polle te Rotsterhaule.
Het Apostolische Genootschap vestigde zich in 1933 in het gebouwtje aan de Polle te Rotsterhaule. (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Naar de bollen

In eerdere verhalen vertelde Benno Pen over zijn tijd dat hij werkte in ’t Skar, waar hij Piete Queen ontmoette en hoe hij tijdens de oorlog heeft gelogeerd bij zijn grootouders in Vierhuis. In deze jeugdherinnering vertelt hij over een reisje naar de Keukenhof bij Lisse.

De Keukenhof

Nederland staat bekend door zijn bloembollenvelden en Keukenhof, waar zelfs buitenlanders elk jaar grote afstanden voor afleggen om dit te aanschouwen.

Op een avond in 1955 trof ik mijn kameraad Toni, die een verrassing had voor mij, omdat hij één persoon extra mocht meenemen bij het bedrijf dat hij werkte.

We gingen met een busje vol medewerkers van “Van Dijk’s Roggebrood” uit Sintjohannesga een dag naar de bloembollen “De Keukenhof” in Noord-Holland.

Het zou een gezellige dag worden en bij de broodfabriek stapten wij allen in de VW-bus waarna wij werden uitgezwaaid door achterblijvers.

Een van de eigenaren van Van Dijk zat achter het stuur en gingen richting Sint Nicolaasga, omdat daar nog een Van Dijk woonde die ook mee ging.

Op de Afsluitdijk zat de stemming er al in met bakken vertellen en zingen, dat wij nog lange niet naar huis gingen, doch bij de sluizen vlak bij Enkhuizen kwam de auto te dicht bij een stoeprand en werden wij bijna uit de bus geslingerd.

Het busje kwam na veel slingeren weer op zijn vier wielen te staan en wij stonden met z’n allen te trillen op onze benen, daar gelukkig nog niets aan markeerde.

Toen wij bij het parkeerterrein van de Keukenhof uitstapten, werd ons op het hart gedrukt, dat wij Hielke Koeze goed in de gaten moesten houden tussen de menigte.

Deze man stak boven iedereen uit met zijn lengte van ruim twee meter en wij konden daardoor de gehele dag onbekommerd genieten van bloemen en dergelijke, doordat hij in de verte goed zichtbaar voor ons allen was.

Ondanks het kleine slippertje werd het toch een gezellige dag met alle medewerkers van Van Dijk Roggebrood, die na het gebeurde van meer dan vijftig jaar nog steeds hetzelfde roggebrood maakt.

Friese dagen bij de Keukenhof rond 1955.
In 1955 werd de Keukenhof opgefleurd met de Friese Dagen, waar het publiek kon genieten van Ringrijderij, Friese paarden en Fries volksdansen. (foto: Stichting Archief Leeuwarder Courant).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Woonwagentje van Piete Queen getekend door Benno Pen.

Piete Queen

Een kluizenaar midden in het Schar met de naam Pietie Hoekstra, beter bekend met de naam Piete Queen. Ben Pen uit Joure geeft een beschrijving van het leven in het Schar en deze bijzondere dame.

Piete Queen in gesprek met twee mannen van de wegenbouw.
Hier staat Pietie Hoekstra te praten met twee mannen van de wegenbouw. Links staat Jan Veldman. Hij was uitvoerder bij wegenbouwbedrijf M. van der Wal uit Lemmer. Zij brengen Pietie hier op de hoogte van de plannen om de Hogedijkstervaart te dempen.

Inleiding

Dhr. B. Pen uit Joure heeft in de periode 1950-1960 gewerkt in het Oosterschar. Dit verhaal gaat over de ontmoeting met Pietie Hoekstra. B. Pen heeft nog 42 jaar in de Noordoostpolder gewoond, voordat hij terug keerde in Skarsterlân (de Friese Meren).

Jeugdherinnering van Benno Pen

Tussen 1950-1960 is het Schar in pacht geweest van mijn vader T. Pen uit Spanga en K. Vaartjes uit Oldemarkt. Als jongeman was ik vaders rechterhand en moest ik met veel rietsnijders het Schar (1000 ha) bewerken.

Het was een wildernis van petgaten en turfribben waar zij zomers pampels snelden en ’s winters riet moesten snijden. Om op elk stukje rietland te kunnen komen, werd er gebruik gemaakt van platte schouwen, die meer leken op grote veenbakken dan op boten, maar die voor dit werk zeer geschikt waren. Je kon met velen tegelijk naar een akker of petgat varen. Het riet, dat werd geoogst, werd direct weer mee terug gebracht naar de Hogedijkstervaart, waar de grote opslag was en waar toen ook al vrachtauto’s konden komen.

Het Schar liep van Vierhuisterbrug tot aan het Heechhout bij Rottum. Je moest je in allerlei bochten wringen om in goede harmonie met de bewoners om te gaan, want vóór het “SCHAR” werd verpacht door domeinen was elk stukje zogenaamd van diegene, die daar het dichtst bij woonde.

In het midden van deze woesternij, waar menige rietsnijder soms verdwaalde, lag het Poepegat (een groot petgat waar in de oorlog soldaten bivakkeerden). Aan de rand van dit poepegat stond een oud woonwagentje dat er heen gebracht was door de familie van Pietje Hoekstra (bekend in die omgeving als Piete Queen).

Woonwagentje van Piete Queen getekend door Benno Pen.
Om u een idee te geven hoe Piete Queen in het Skar heeft geleefd, heeft Benno Pen de woonwagen nagetekend. Dit is waarschijnlijk de enige afbeelding over deze unieke plek in het Skar…

Zij leefde daar als een soort kluizenaar met een paar geiten en poezen. Deze mevrouw leefde van kantmaaien met de zeis langs de Hoogedijkstervaart en bermen bij bedrijven of boeren, die daar niet aan toe kwamen of het liever over lieten aan Piete Queen, die het voor een fles jenever wel deed. Niemand kwam bij haar op het eiland of durfde niet te komen, omdat zij iets afdwong, daar de meeste liever omheen gingen.

Daar ik door zware arbeid en met vele potige mannen moest omgaan, was ik niet zo gauw uit het veld geslagen en wilde toch eens in dat geheimzinnige hutje (wagentje met versleten half afgebrokkelde wielen en zoden op het dak voor lekkage) kijken en ik zag alleen een klein oud tafeltje met een petroleumstelletje erop staan. Verders lag er onder de tafel wat vers hooi, waarschijnlijk de slaapplaats van Piete, haar geiten en poezen.

Door deze geheimzinnige ontmoeting ging er bij de jonge Benno Pen veel in zijn gedachten om en maakte er een gedicht van. Om anderen hier deelzaam te maken, speelde hij dit in de vorm van een lied op de piano en zong hij dit bij zijn gitaar op de melodie van “Loeiende klokken van Limburg myn land”:

“Ik bin Piete en ‘k woon op ’n eiland en heb ut er hier ja zo best noar mie’n zin.
En word ’t er waarum of is ut’ter hiete no dan spring ik ur ut poepegat in.

Geit’n en poeze’n leef’n der by mij in hus
‘k woon hier al jaoren en ‘k vuul er mij helemoal thus.

En ’s aovonds wod ut donker en stille om mij heen
dan heur ik but’n stemmen…
kiek doar woond Piete Queen
Dan den’k ik weer an vrogger, die goeie olde tyd
toen was ik nog een meigien en noem ze mij nog Piet”

 

Pietie Hoekstra

Ook in het boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” wordt melding gemaakt van Pietie Hoekstra:

Pietie was een bijzondere persoonlijkheid in ons dorp. Voorheen woonde zij in het Schar in een klein woonwagentje. Ze woonde letterlijk en figuurlijk dicht bij de natuur.

Deze toestand werd op een gegeven moment onhoudbaar en na de oorlog heeft de diaconie, in overleg met eigenaar Roel Dam (destijds wonende op de Hogedijk 142, de winkel van Roel Dam en Tryntje Geesje Joppe) één van de huisjes naast de winkel beschikbaar gesteld.

 

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.