Tagarchief: historie

Oude Beene en de meester

Sintjohannesga had vroeger een klokluider, Oude Beene. Hij moest ’s morgens 9 uur de torenklok luiden. Hij woonde ongeveer een km van de toren verwijderd, hij was slecht ter been en bekend als een praatgrage.

Als het tegen negenen liep, vroeg zijn huishoudster steevast aan de baas: “Beene, wolle jo earst klokliede of earst kofjedrinke”. Meestal had hij liefst eerst koffie en dan vertrok hij om de klok te luiden.

Herhaaldelijk gebeurde het, dat hij onderweg kennissen trof, die hem aan de praat hielden met het gevolg, dat de oude man dan helemaal niet meer aan zijn plicht dacht en de klok liet. Soms ook was hij een hele poos te laat; de tijd moest maar op Beene wachten!

Later werd een schoolmeester met deze taak belast. De school stond ongeveer 150 m van de klok af. Meester stuurde een paar jongens naar de kerk om te luiden.

Deze knapen maakte graag capriolen met het klokkentouw of trachtten op andere wijze grappen in de kerk uit te halen. Daardoor liep meester een standje op van de kerkvoogden en hij moest beloven voortaan zelf te zullen luiden. Het was algemeen bekend, dat hij ook niet nauwkeurig aan de tijd hield!

Harmke, de bollendraagster, vroeg eens aan meester, die nooit uit de plooi raakte, “Is it nou al njogen ûre, master?” Zij kreeg ten antwoord: “Bij mij is het negen uur!”

Bron: Leeuwarder Courant van 9 maart 1972.

Historische foto van Streek 108 te Sintjohannesga.
Derde kerk van Sintjohannesga.

Logeren in de natuur 1943-1944

Tweede jeugdherinnering van Benno Pen uit Joure. In dit verhaal vertelt hij over de periode toen hij ongeveer zes jaar oud was, in de oorlogsjaren 1943/1944.

Vierhuis

Ik ben in 1937 geboren en moest in 1943/1944 naar school. Mijn vader was uitvoerder in de Noordoostpolder en ging met veel mensen om die uit de steden waren gevlucht als onderduiker en te werk werden gesteld als grond-arbeider in greppels en sloten aldaar. Wij hadden diverse families met kinderen uit Amsterdam en Rotterdam in huis als onderduikers, maar mijn vader nam steeds meer mensen mee uit de NOP om aan te streken, dus ook slapen bij ons in huis aan de Nieuweweg 21 te Spanga.

Het werd precair bij ons in huis, omdat ik in een leeftijd zat van praten en dat was gevaarlijk, omdat er bij ons in de buurt mensen woonden die bij de NSB waren aangesloten. dus werd er besloten door mijn vader en moeder om mij naar mijn Grootmoe en Grootvader in “Vierhuis” te doen laten logeren. Dit duurde langer dan bedoeld was en ik bleef daar meer dan anderhalf jaar, zodat ik in Rotsterhaule op de Openbare school Langedijk heb gezeten.

Grootva en Grootmoe (Fam. L. van der Wal) woonden bij de sluis in Vierhuis, je kon er alleen komen met een bootje. Tegenover het water stond een boerderij van Meerding met een meisje (Annie Meerding) van mijn leeftijd.

Het was voor kleine Benno een mooie tijd, je leefde daar geheel in de natuur. Grootva had een koe, 2 schapen en 6 kippen, die waarschijnlijk aan de leg waren, want elke morgen kregen wij bij het brood een vers ei. Achter hun woonark, dat op de wal was getrokken, lag een groentetuin waar genoeg in stond om de oorlog mee door te komen. En daar achter een stukje land met een windmolen en daar achter een grote woestenij met petgaten en ribben waar de turf vroeger op had gelegen om te drogen en waar nu gras op stond voor de koe.

Grootva en Grootmoe hadden één jongen in huis met de naam Ferdinand, een nakomertje, die 3 jaar ouder was dan ik, en daar heb ik een pracht tijd mee gehad, al mistte ik Vader en Moeder in die tijd wel. Na school gingen wij in het Schar achter huis om te vissen, te eierzoeken en dergelijke.

Naast ons woonark waren twee eilandjes met kleine oude huisjes, waar een oude man, Arend Poepjes, alleen woonde en op het andere eilandje: een broer van Grootvader (IJse van de Wal). Er liep naast IJse van der Wal een grote vaart naar achteren en daar lag in de oorlog een heel groot schip, waar geen mens op woonde. Wat er in dit schip verborgen zat, weet ik niet, maar achter in de petgaten lagen kliene motorbootjes met riet en ruigte afgedekt, zodat de Duitsers het niet konden zien.

Zondag’s gingen wij met de zeilboot naar het Apostolisch Gebouwtje dat naast boerderij Krikke stond aan de Polle, wat een hele belevenis was. Vooral wanneer de wind mee was, waren we snel weer thuis en kregen wij warme melk. Met Grootva gingen wij ook wel te vissen naar de Tjeukemeer, waar wij ook gingen zwemmen.

Het heeft een grote indruk achter gelaten en daarom schrijf ik over de regio, waar ik later heb gewerkt in het Schar en het allerbelangrijkste: waar ik mijn vrouw heb gevonden.

Historische foto van de Westerse School op de Langedijk te Rotsterhaule.
Op de kruising Kampweg/Langedijk en Streek te Rotsterhaule stond vroeger de Westerse School (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de drie huisjes op twee eilandjes bij Vierhuis te Rohel.
Aan de overkant van de vaart stonden drie huisjes op twee eilandjes en lag een woonboot. De eilandjes lagen op een hoek waar drie waterwegen bij elkaar kwamen in de buurtschap Vierhuis (Rohel). (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).
Historische foto van de Apostolische Genootschap kerkje aan de Polle te Rotsterhaule.
Het Apostolische Genootschap vestigde zich in 1933 in het gebouwtje aan de Polle te Rotsterhaule. (foto: boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van Stichting Werkgroep Historie Sintjohannesga).

Verhalen & Gedichten B. Pen

Op de website ferhoalen.000webhostapp.com van Benno Pen kunt  u deze en al zijn andere verhalen en gedichten lezen.

Ontruiming Ambonezenkamp De Wite Peal

Naar aanleiding van een bericht uit de Leeuwarder Courant wordt een situatieschets beschreven hoe op 23 november 1960 het Ambonezenkamp De Wite Peal te Rotsterhaule werd ontruimd.

Ambonezenkamp “De wite peal” wordt ontruimd

Deel bewoners wil in Rotsterhaule blijven en niet naar “Ynbenheer”, Fochteloo gaan

In het Ambonezenwoonoord “De wite peal” onder Rotsterhaule heerste gisteren een nerveuze en wat geladen stemming. Maandag was bericht ontvangen, dat de bewoners alles in gereedheid moesten brengen, opdat zij vanmorgen zouden kunnen verhuizen naar het woonoord “Ynbenheer” te Fochteloo. Die verplaatsing hing al geruime tijd in de lucht, maar het bericht kwam toch onverwacht voor de ruim zestig personen omvattende kampgemeenschap (negen gezinnen en enkele alleenstaanden).

Een deel van de bewoners had voornamelijk bezwaar tegen de korte termijn, waarop de aanzegging had plaatsgevonden, al zagen zij anderszins tegen de verhuizing op, omdat zij zo langzamerhand goed zijn ingeburgerd op dit stuk Haskerlands grondgebied. Overwegende bezwaren tegen de verhuizing op zichzelf hadden ze evenwel niet. Dit betrof dan in hoofdzaak de oudere bewoners, die in de omgeving geen werk hadden gevonden.

De jongere gezinshoofden, die werk hebben in bedrijven in Joure en Heerenveen hadden bezwaren tegen de verhuizing, omdat zij in Fochteloo heel vroeg op zullen moeten, wanneer zij hun oude werkkring aanhouden. Dat betekent dan niet alleen vroeg op, maar ook laat thuis in verband met de afstand, die moet worden afgelegd. Kampoudste J. Likumahua zei daarom: “Wij blijven hier, al zullen we onder de blote hemel moeten slapen”.

Deze stemming had in het woonoord weerklank gevonden, zodat gisteren slechts één gezin was, dat zijn hebben en houden inpakte. Dat was dat van de oudste bewoner, de 71-jarige Sarhalawan, die er overigens ook wel tegenop zag.

De bewoners van “De wite peal” hebben zich niet alleen gehecht aan hun kamp, maar ook aan de streek, waar zij op goede voet staan met de bevolking. Verschillende Ambonezenkinderen lopen al met een Friese naam rond, omdat de ouders een goede kennis uit de buurt hebben vernoemd. Soms is zo’n kennis een middenstander, die de van zo verre gekomen buurtbewoners niet anders behandelt dan de in de streek gewortelden. Dit houdt ook in, dat hij wel eens borgt. Dat vertrouwen wordt op prijs gesteld, vooral ook omdat er uit blijkt, dat het niet tot teleurstellende ervaringen heeft geleid. Om die band zien de bewoners, die genegen zijn naar “Fochteloo” te gaan wel wat tegen de verhuizing op.

Zij vragen zich af, wat zij daar zullen vinden, al weten ze wel, dat het woonoord “Ynbeheer” beter is dan “De wite peal”. Dit barakkenkamp is in de ruim twintig jaar van zijn bestaan zo langzamerhand flink uitgewoond, al zijn er dan ook steeds voorzieningen getroffen. Het is zijn droeve geschiedenis begonnen als onderkomen voor werklozen, die waren tewerkgesteld voor het in cultuur brengen van de drooggelegde Rohelster plas. In de bezetting werden door de nazies Joodse medeburgers in het kamp opgesloten, dat na de oorlog verschillende bestemmingen – meestal voor zorggevallen – heeft gehad, totdat het ongeveer tien jaar geleden werd ingericht voor de Ambonezenkamp.

De inspecteur van de Ambonezenwoonoorden, mr. Van der Laan in Groningen deelde ons desgevraagd mee, dat het kamp “De wite peal” en dode was opgeschreven. Het verkeert in bouwvallige toestand en voldoet niet meer aan de eisen. Het zou zeer oneconomisch zijn, dit kamp weer op te knappen. Het ligt afgelegen en de verbindingen zijn slecht. Bovendien gaat het naar een concentratie van kampen, welke tenslotte moeten uitlopen op een onderbrenging van de gezinnen in normale woonwijken. De overplaatsing geschiedt ook in overeenstemming met de PPRMS, de Ambonezen-raad, waartoe het kamp “De wite peal” behoort. Wat de afstand naar het werk betreft, inwoners van het kamp Fochteloo hebben hun werk ook in Heerenveen.

Vanmorgen om acht uur werd begonnen met het inladen van het huisraad van twee gezinnen. Anderen zullen vrijwillig dat voorbeeld volgen, maar een deel der bewoners is tot nu toe vast beraden om vrijwillig in het kamp te blijven.

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 23 november 1960.

Rotsterhaule-Kampweg-x-2-o

Verkoop barakken

Dat de resterende bewoners toch kort daarna het kamp hebben verlaten blijkt uit een bericht op 26 januari 1961 in de Leeuwarder Courant verschijnt:

Verkoop barakken, enz., met ondergrond te Rotsterhaule (Fr).

De inspecteur der domeinen te Leeuwarden, Noordersingel 100 (tel. 05100-25660), zal op woensdag 8 februari 1961, ’s morgens 10 uur, bij inschrijving verkopen:

  1. voor afbraak enkele woon- en slaapbarakken, kantinebarak, bergplaatsen, loopplanken, tegels, enz.;
  2. het terrein waarop deze barakken, enz. staan, met een stenen gebouw beplantingen, enz.;
  3. het terrein met barakken, enz., onder 1e en 2e genoemd, in massa (dus niet voor afbraak);

alles tezamen vormende het voorn. Ambonezen-woonoord “Wite Peal” te Rotsterhaule (gem. Haskerland, Fr.). Bezichtiging is mogelijk op werkdagen van 9-12 en 2-5 uur en ’s zaterdags van 9-12 uur, onder leiding van de kampbeheerder.

Voll. omschrijving en voorwaarden zijn bij de bezichtiging verkrijgbaar of worden op aanvrage door de Ins. voorgenoemd toegezonden.

Opgeld 10%

Bron: Leeuwarder Courant van de datum 26 januari 1961.

Rohel: Broeresloot

Historische foto van Rohel: Broeresloot.1857 – 1899: Aan de Broeresloot stond de prachtige molen Veldzicht. Bouwjaar 1857. In 1899 werd de molen getroffen door onweer en werd de molenroede flink beschadigd. Na de komst van het gemaal bij Vierhuis werd de molen in 1935 gesloopt.

Historische foto van Rohel: Broeresloot.2009: Tijdens de wandeling richting de plek waar ongeveer de molen stond, moest ik de weg banen door een lading distels en brandnetels. De molen bestaat zelf niet meer.

Rottum: Badweg 48

Historische foto van Rottum: Badweg.1948 – 1960: Dit is de woning van Jan Kuidersma. Jan verrichtte als kleine zelfstandige loon(maai)werk bij de boeren in de omgeving. Met een heel licht tractortje maaide hij o.a. de korte strippen land in het Schar. Jan Kuidersma kocht in 1948 op Jouster merke een oude tramwagon, die aan de Badweg verder werd uitgebouwd achter het huis van Piet Boscha. Jan Kuidersma was een bijzondere persoonlijkheid, die zijn eigen kleren maakte, breide zijn eigen sokken, was autodidact in het orgelspelen en maakte spreuken.

Historische foto van Rottum: Badweg.2009: In de tuin bij de woning op de Badweg 48 stond vroeger het huisje van Jan Kuindersma.

Rottum: Badweg 47

Historische foto van Rottum: Badweg.1930 – 1950: Naast de brug was de smederij van Koendert Bosma (1900-1964) en Jeltje Wiersma (1892-1968). Hij was hoef- en grofsmid. Er stond hier ook een soort noodstal, Travaille genoemd. In de noodstal werden paarden vastgezet die men zeer moeilijk in bedwang kon houden. De smid had ook fietsen in de handel en verkocht verschillende soorten brandstof. V.l.n.r. voor de pomp smidsknecht Lutzen Fabriek, smidsknecht Hendrik de Jong (1916-1973), Jeltje Bosma-Wiersma, onbekend, twee kinderen en Koendert Bosma.

Historische foto van Rottum: Badweg.2009