Tagarchief: Kerkweg

Rotsterhaule: Boerestreek 4 en 5

Historische foto van Boerestreek 4 en 5 te Rotsterhaule.

De voorste boerderij werd bewoond door de familie Gerrit Cloo en later door de familie Albert de Heij. In latere jaren werd het gesloopt. Nu staat hier een dubbele woning die wordt bewoond door de familie M. Dikkerboom en familie F. van der Schoot.

In de boerderij op de achtergrond woonde de familie Oenema. Deze foto is genomen van achter de boerderij van Jan S. Akkerman. De fotograaf kijkt vanaf de Kerkweg. Het voorhuis stond naar Joure gekeerd.

Rohel: Kerkweg 13

Historische foto van Kerkweg 13 te Rohel.

1920: De boerderij van Kleis Oenema en Antje Dijkstra aan de Kerkweg te Rohel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft hier een Joods gezin ondergedoken geweest. Op de foto staan v.l.n.r. de vrouw van de fotograaf, Pietje Oenema, Thijs Maat, Antje Oenema-Dijkstra, Roelofje van der Klok met op de arm Eise Oenema.

Kerkweg 13 te Rohel.

2009

Familie Kerkstra na de oorlog
Familie Kerkstra na de oorlog: Staand v.l.n.r. oudste zoon Ype, Pieter Kerkstra, Aaltje Kerkstra-Puite, jongeste zoon Sjouke, dochter Hiltje en onderduiker Michiel van Zuiden (alias Hans Lupkens). De dame met het oorijzer is grootmoeder Puite. Middelste zoon Albert ontbreekt op de foto, omdat hij elders werkzaam was. Bijverdiensten waren nodig omdat de eigen te klein was. (bron: fam. Kerkstra).

1940 – 1946: In het verhaal “Oorlogsherinnering van Sjouke Kerkstra” wordt verteld over hoe het leven als kind was op deze boerderij in de Tweede Wereld Oorlog.

Rohel: Kerkweg 12

Historische foto van Kerkweg 12 te Rohel.
Wikke, Johannes, Douwe en Thijs.

1940 – 1960: De woning van Thijs Maat. Van links naar rechts staan Wikke Schaafsma (1910-1993) met Johannes op de arm, Douwe en Thijs Maat.

Kerkweg 12 te Rohel.
Houtbewerkingsbedrijf Maat’s Maatwerk.

2009: Achter de woning van de familie Maat is het houtbewerkingsbedrijf Maat’s Maatwerk te vinden. Hier maken ze de mooiste stoelen en banken voor in de tuin.

Rohel: Kerkweg 10

Historische foto van Kerkweg 10 te Rohel. Ter hoogte van de plaats waar thans de boerderij van Atze van Stralen staat, moet vroeger een brug zijn geweest. Deze brug lag in de Kerkweg over de Rohelstervaart. De brug was bestemd voor de doorvoer van onder andere turf uit de Rohelster Plassen die naar Vierhuis werd vervoerd. In 1860 behoorde deze brug aan de weduwe en erven Jouke Akkerman. In dat jaar lazen we in de notulen van de gemeenteraad van Schoterland over een briefwisseling tussen de eigenaar en de gemeente.

De familie Akkerman zag tegen de hoge kosten op daar de brug ernstig in verval was en bovendien te hoog (waardoor het paard met boerenwagen er moeilijk overheen kon). Burgemeester en Wethouders wilden de brug wel overnemen, maar stelden een aantal voorwaarden. Zo wilde men van de eigenaar 500 gulden ontvangen in twee termijnen. OP 1 mei 1860 de eerste helft en een jaar later de tweede helft, maar Akkerman kreeg wel vrije opslag bij de brug.

Jan Joukes Akkerman die bij de vergadering aanwezig was, verklaarde bereid te zijn de brug over te dragen mits er een nieuwe brug kwam met een doorvaart met tenminste 1,20 meter boven peil van de Grote Sintjohannesgaaster Veenpolder. De heer Binnerts van de gemeenteraad vroeg zich diezelfde vergadering af, of de gemeente naast de verplichting dan ook de rechten van de brug zou ontvangen (dat zal het bruggeld geweest zijn). Dit in verband met de doorvoer van turf uit de Rohelster Wide. De heer Akkerman wilde dit recht echter niet kwijt. Volgens de voorzitter was het ook van weinig betekenis en hij liet het recht van heffing dan ook bij de heer Akkerman. Het voorstel kwam in stemming en werd met 11 stemmen voor en 1 stem tegen aangenomen.

Op de boerderij hebben gewoond: Jouke Akkerman en Niesje Hendriks Wind (1860), Jan Joukes Akkerman en Annigje Jans Koopmans (1890), Wiebren Jans Akkerman en Saakje Douwes Maat (1916). Verder nog de families: E. Koopmans, Anne Hoekstra en Harm Geerlings (van 1917 – 1919). Van 1942 tot 1969 Wiebren van Stralen (1910 -1994) en Rensje Wever. Van 1969 tot heden Atze van Stralen en Aaltje Schram (1942 – 1990).

Familie Kerkstra na de oorlog

Oorlogsherinnering van Sjouke Kerkstra

Oorlogsherinneringen blijven je altijd bij, ook al was je toen nog maar een kind. Toen de oorlog uitbrak woonde Sjouke Kerkstra in Rohel en bezocht de openbare lagere school in Rotsterhaule. De laatste oorlogsjaren fietste hij naar de openbare U.L.O. in Joure en heeft hij tijdelijk les gehad in villa Jamja, tot ook dit niet meer ging. Uit respect voor de moed van zijn ouders heeft hij een aantal oorlogsherinneringen opgetekend.

Situatieschets

Halverwege de jaren ’30 waren ze komen te wonen aan de Kerkweg 13 in Rohel, op een oud boerderijtje, temidden van een uitgerekte natuur. Hier hield vader Pieter Kerkstra een tiental melkkoeien. In de nabijheid lag het Tjeukemeer, maar het Rohelster Wide was al in de werkverschaffing drooggelegd en de grond werd eerst als landbouwgrond benut. Het was eigendom van Domeinen en er werden twee nieuwe ontginningsplaatsen gebouwd. Het barakkenkamp “De Wite Peal”, bedoeld voor arbeiders kreeg echter een nare herbestemming, toen de bezetter er joden interneerde (20 augustus 1942 tot het voorjaar van 1944).

Verder was de omgeving vanwege de uitgestrekte, natte natuur en geïsoleerde ligging geschikt voor verzetsactiviteiten. Er vonden wapendroppingen plaats en natuurlijk spreekt het drama op het Tjeukemeer, met Lodewijk van Hamel in 1940, erg tot de verbeelding. Tevens zaten her en der onderduikers. Sjouke herinnert zich ook overkomende vliegtuigen, Engelse beschietingen van boten op het Tjeukemeer en zich dat soms Duitse soldaten en hun handlangers op de polderdijk rond het, wanneer ze illegale activiteiten vermoedden.

Historische foto van Kerkweg 13 te Rohel
Het boerderijtje Kerkweg 13 rond 1920, dus voordat de familie Kerkstra hier woonde. Het zag er wel net zo uit. Achter in het voorhuis zat de ene schuilplaats, in de stal zat de tweede speciaal voor groter gevaar. (foto overgenomen uit het boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van werkgroep Historie Sintjohannesga e.o.).

Verhaal van dhr. Sjouke Kerkstra

Ons gezin, vader Pieter Kerkstra en moeder Aaltje Puite telde vier kinderen: Ype, Hiltje, Albert en Sjouke, waarvan Ype (geboren in 1926) is overleden. We woonden aan de Kerkweg van 1935 tot 1946. De oorlog was voor ons gezin een spannende tijd, want mijn ouders gaven onderdak aan joodse landgenoten. We woonden op een rustig plekje, de laatste oude boerderij aan de Kerkweg, bereikbaar via een doodlopende sintelweg, enige jaren daarvoor nog een zandweg. Voor ons gezin betekende het een groot risico, toen ze in het najaar van 1943 een joods echtpaar een overlevingskans boden. Wij kinderen waren toen 17, 16, 15 en 12 jaar oud.

Dit echtpaar, oom Gé en tante Fie, zoals wij hen noemden, maar ze heten in het echt Van Zuiden, dreven voordien een kledingszaak “Magazijn De Zon”, in Hoogeveen aan de Hoogeveense Vaart. Via de ondergrondse, ondermeer door Freerk Bouma, destijds groenteboer in St. Johannesga, werden ze op een nacht bij ons afgeleverd.

Het bleef niet bij deze onderduikers, want na enkele maanden meldde zich nog een derde jood, Michiel van Zuiden (schuilnaam Hans Lupkens) die zeer actief in het verzet was. Hans, een neef van het Hoogeveense echtpaar, trouwde na de oorlog met Trijntje Akkerman uit Rohel, stond bekend als een brutale slimmerik in het verzet en was vaak bij ons over de vloer. Het plaatselijke verzet werkte toen samen in een perfecte organisatie, met namen als meester Hulzinga, Jan de Goede, Broer Akkerman enzovoort.

De joodse onderduikers kwamen alleen ’s avonds achter de boerderij even buiten om te luchten. Vanwege de veiligheid waren alleen onze naaste buren, de familie Thijs Maat, hiervan op de hoogte gesteld. Een tweede, tevens de laatste die hier lucht van kreeg, was oom Jelle Koopmans (een zwager). Hij was veehandelaar, die destijds het overtollige vee voor mijn vader verhandelde.

Bij dreigend gevaar was er voor het joodse echtpaar een schuilplaats, een kamertje voor de kelder, waar ze onder normale omstandigheden in een bedstede sliepen. Vanuit de woonkamer aan de wg moest men altijd via de keuken terug naar die schuilplaats, met andere woorden: het was altijd uitkijken geblazen voor plotseling bezoek. Ondanks het feit, dat men vrij constant de weg nauwlettend bewaakte, is Jelle Koopmans ons ontglipt.

Terug door de keuken kon niet meer, de enige kans was nog de bedstede in, maar de tijd was net te kort en tante Fie haar benen bungelden nog net uit de bedstede, toen oom de kamer binnen stapte. Een groot compliment aan de veehandelaar is op z’n plaats, want zelfs z’n vrouw is hiervan onwetend gebleven.

Dit bestaan betekende voor onze ouders een grote opoffering van hun vrijheid en ze hebben een angstige maar ook dankbare tijd beleefd. Het is gelukkig goed afgelopen. Enkele weken voor de bevrijding werd nog de plaatselijke politieman en verzetsman Jan de Goede door de Duitsers opgepakt en opgesloten in Crackstate te Heerenveen. Een en ander had nare gevolgen voor ons allemaal kunnen hebben.

We zijn toen enkele dagen ondergedoken geweest bij de familie W. Bijker in Rotsterhaule. Alleen het nodige werk, zoals het melken en de melkrit voor enkele boeren naar “de Pôlle” werd verricht door mijn broer Albert. Vond er thuis iets plaats, wat niet werd vertrouwd en kregen wij hierover signalen van de ondergrondse, dan verbleven en sliepen het echtpaar Van Zuiden in de stal, onder een uitgebouwde bedstede in de schuur. Ik heb er nog wel met mijn broer boven geslapen, terwijl zij, niet zo comfortabel, in een klein hokje onder ons verborgen waren.

Oom Gé en tante Fie zijn tot en met het einde van de oorlog in mei 1945 gebleven. Ze hielden zo mogelijk iedere dag de terreinwinst van de geallieerden bij, op een grote landkaart en kleurden de frontlijn in. Oom Gé hield zich graag bezig met het dagelijkse boterkarnen, met behulp van een fles. In de kamer hadden we een fiets op de kop staan. Zo konden we al draaiend en trappend, elektrisch licht in de stal maken bij het melken.

Familie Kerkstra na de oorlog
Familie Kerkstra na de oorlog: Staand v.l.n.r. oudste zoon Ype, Pieter Kerkstra, Aaltje Kerkstra-Puite, jongeste zoon Sjouke, dochter Hiltje en onderduiker Michiel van Zuiden (alias Hans Lupkens). De dame met het oorijzer is grootmoeder Puite. Middelste zoon Albert ontbreekt op de foto, omdat hij elders werkzaam was. Bijverdiensten waren nodig omdat de eigen te klein was. (bron: fam. Kerkstra).

In mei keerde het echtpaar naar de winkel in Hoogeveen terug, maar hebben die niet lang meer voorgezet. Ze hadden twee zonen, één had in Rotsterhaule ondergedoken gezeten en emigreerde na de oorlog naar Israél. De andere zoon heeft de oorlog helaas niet overleefd, net als bijna de gehele familie Van Zuiden.

Het echtpaar Van Zuiden zijn inmiddels al overleden en Michiel van Zuiden, is overleden op 81 jarige leeftijd in 1997 in z’n woonplaats Enschede. Hij ligt begraven in Rottum. Trijntje Akkerman leeft nog en is inmiddels 96 jaar. Na de oorlog zijn nog diverse contacten over en weer geeest, bezoekjes en logeerpartijen. In Israël werd een boom geplant uit waardering voor het gezin Pieter en Aaltje Kerkstra.

Kerkweg 13 Rohel
De boerderij aan de Kerkweg 13 te Rohel, zoals het in 2009 uit zag.