Tagarchief: Onderduikers

Familie Kerkstra na de oorlog

Oorlogsherinnering van Sjouke Kerkstra

Oorlogsherinneringen blijven je altijd bij, ook al was je toen nog maar een kind. Toen de oorlog uitbrak woonde Sjouke Kerkstra in Rohel en bezocht de openbare lagere school in Rotsterhaule. De laatste oorlogsjaren fietste hij naar de openbare U.L.O. in Joure en heeft hij tijdelijk les gehad in villa Jamja, tot ook dit niet meer ging. Uit respect voor de moed van zijn ouders heeft hij een aantal oorlogsherinneringen opgetekend.

Situatieschets

Halverwege de jaren ’30 waren ze komen te wonen aan de Kerkweg 13 in Rohel, op een oud boerderijtje, temidden van een uitgerekte natuur. Hier hield vader Pieter Kerkstra een tiental melkkoeien. In de nabijheid lag het Tjeukemeer, maar het Rohelster Wide was al in de werkverschaffing drooggelegd en de grond werd eerst als landbouwgrond benut. Het was eigendom van Domeinen en er werden twee nieuwe ontginningsplaatsen gebouwd. Het barakkenkamp “De Wite Peal”, bedoeld voor arbeiders kreeg echter een nare herbestemming, toen de bezetter er joden interneerde (20 augustus 1942 tot het voorjaar van 1944).

Verder was de omgeving vanwege de uitgestrekte, natte natuur en geïsoleerde ligging geschikt voor verzetsactiviteiten. Er vonden wapendroppingen plaats en natuurlijk spreekt het drama op het Tjeukemeer, met Lodewijk van Hamel in 1940, erg tot de verbeelding. Tevens zaten her en der onderduikers. Sjouke herinnert zich ook overkomende vliegtuigen, Engelse beschietingen van boten op het Tjeukemeer en zich dat soms Duitse soldaten en hun handlangers op de polderdijk rond het, wanneer ze illegale activiteiten vermoedden.

Historische foto van Kerkweg 13 te Rohel
Het boerderijtje Kerkweg 13 rond 1920, dus voordat de familie Kerkstra hier woonde. Het zag er wel net zo uit. Achter in het voorhuis zat de ene schuilplaats, in de stal zat de tweede speciaal voor groter gevaar. (foto overgenomen uit het boek “Tusken Tsjûkemar en it Nannewiid” van werkgroep Historie Sintjohannesga e.o.).

Verhaal van dhr. Sjouke Kerkstra

Ons gezin, vader Pieter Kerkstra en moeder Aaltje Puite telde vier kinderen: Ype, Hiltje, Albert en Sjouke, waarvan Ype (geboren in 1926) is overleden. We woonden aan de Kerkweg van 1935 tot 1946. De oorlog was voor ons gezin een spannende tijd, want mijn ouders gaven onderdak aan joodse landgenoten. We woonden op een rustig plekje, de laatste oude boerderij aan de Kerkweg, bereikbaar via een doodlopende sintelweg, enige jaren daarvoor nog een zandweg. Voor ons gezin betekende het een groot risico, toen ze in het najaar van 1943 een joods echtpaar een overlevingskans boden. Wij kinderen waren toen 17, 16, 15 en 12 jaar oud.

Dit echtpaar, oom Gé en tante Fie, zoals wij hen noemden, maar ze heten in het echt Van Zuiden, dreven voordien een kledingszaak “Magazijn De Zon”, in Hoogeveen aan de Hoogeveense Vaart. Via de ondergrondse, ondermeer door Freerk Bouma, destijds groenteboer in St. Johannesga, werden ze op een nacht bij ons afgeleverd.

Het bleef niet bij deze onderduikers, want na enkele maanden meldde zich nog een derde jood, Michiel van Zuiden (schuilnaam Hans Lupkens) die zeer actief in het verzet was. Hans, een neef van het Hoogeveense echtpaar, trouwde na de oorlog met Trijntje Akkerman uit Rohel, stond bekend als een brutale slimmerik in het verzet en was vaak bij ons over de vloer. Het plaatselijke verzet werkte toen samen in een perfecte organisatie, met namen als meester Hulzinga, Jan de Goede, Broer Akkerman enzovoort.

De joodse onderduikers kwamen alleen ’s avonds achter de boerderij even buiten om te luchten. Vanwege de veiligheid waren alleen onze naaste buren, de familie Thijs Maat, hiervan op de hoogte gesteld. Een tweede, tevens de laatste die hier lucht van kreeg, was oom Jelle Koopmans (een zwager). Hij was veehandelaar, die destijds het overtollige vee voor mijn vader verhandelde.

Bij dreigend gevaar was er voor het joodse echtpaar een schuilplaats, een kamertje voor de kelder, waar ze onder normale omstandigheden in een bedstede sliepen. Vanuit de woonkamer aan de wg moest men altijd via de keuken terug naar die schuilplaats, met andere woorden: het was altijd uitkijken geblazen voor plotseling bezoek. Ondanks het feit, dat men vrij constant de weg nauwlettend bewaakte, is Jelle Koopmans ons ontglipt.

Terug door de keuken kon niet meer, de enige kans was nog de bedstede in, maar de tijd was net te kort en tante Fie haar benen bungelden nog net uit de bedstede, toen oom de kamer binnen stapte. Een groot compliment aan de veehandelaar is op z’n plaats, want zelfs z’n vrouw is hiervan onwetend gebleven.

Dit bestaan betekende voor onze ouders een grote opoffering van hun vrijheid en ze hebben een angstige maar ook dankbare tijd beleefd. Het is gelukkig goed afgelopen. Enkele weken voor de bevrijding werd nog de plaatselijke politieman en verzetsman Jan de Goede door de Duitsers opgepakt en opgesloten in Crackstate te Heerenveen. Een en ander had nare gevolgen voor ons allemaal kunnen hebben.

We zijn toen enkele dagen ondergedoken geweest bij de familie W. Bijker in Rotsterhaule. Alleen het nodige werk, zoals het melken en de melkrit voor enkele boeren naar “de Pôlle” werd verricht door mijn broer Albert. Vond er thuis iets plaats, wat niet werd vertrouwd en kregen wij hierover signalen van de ondergrondse, dan verbleven en sliepen het echtpaar Van Zuiden in de stal, onder een uitgebouwde bedstede in de schuur. Ik heb er nog wel met mijn broer boven geslapen, terwijl zij, niet zo comfortabel, in een klein hokje onder ons verborgen waren.

Oom Gé en tante Fie zijn tot en met het einde van de oorlog in mei 1945 gebleven. Ze hielden zo mogelijk iedere dag de terreinwinst van de geallieerden bij, op een grote landkaart en kleurden de frontlijn in. Oom Gé hield zich graag bezig met het dagelijkse boterkarnen, met behulp van een fles. In de kamer hadden we een fiets op de kop staan. Zo konden we al draaiend en trappend, elektrisch licht in de stal maken bij het melken.

Familie Kerkstra na de oorlog
Familie Kerkstra na de oorlog: Staand v.l.n.r. oudste zoon Ype, Pieter Kerkstra, Aaltje Kerkstra-Puite, jongeste zoon Sjouke, dochter Hiltje en onderduiker Michiel van Zuiden (alias Hans Lupkens). De dame met het oorijzer is grootmoeder Puite. Middelste zoon Albert ontbreekt op de foto, omdat hij elders werkzaam was. Bijverdiensten waren nodig omdat de eigen te klein was. (bron: fam. Kerkstra).

In mei keerde het echtpaar naar de winkel in Hoogeveen terug, maar hebben die niet lang meer voorgezet. Ze hadden twee zonen, één had in Rotsterhaule ondergedoken gezeten en emigreerde na de oorlog naar Israél. De andere zoon heeft de oorlog helaas niet overleefd, net als bijna de gehele familie Van Zuiden.

Het echtpaar Van Zuiden zijn inmiddels al overleden en Michiel van Zuiden, is overleden op 81 jarige leeftijd in 1997 in z’n woonplaats Enschede. Hij ligt begraven in Rottum. Trijntje Akkerman leeft nog en is inmiddels 96 jaar. Na de oorlog zijn nog diverse contacten over en weer geeest, bezoekjes en logeerpartijen. In Israël werd een boom geplant uit waardering voor het gezin Pieter en Aaltje Kerkstra.

Kerkweg 13 Rohel
De boerderij aan de Kerkweg 13 te Rohel, zoals het in 2009 uit zag.